Uit SpiritueelChristen

contacts

Het is altijd heel moeilijk en verdrietig als plotseling een dierbare komt te overlijden. Vaak ziet men het onvermijdelijke afscheid langzaam maar zeker dichterbij komen. Mensen die de gelegenheid krijgen om toch nog met elkaar over het naderend einde te spreken en van elkaar afscheid kunnen nemen, zijn in zekere zin gelukkig te prijzen. Anders is het met die mensen die zonder ‘voldoende’ afscheid met het heengaan van de dierbare worden geconfronteerd. Ze hadden nog zoveel willen zeggen, ze voelen zich schuldig omdat ze niet voldoende konden laten weten hoeveel ze wel van de ander houden. Ze hadden nog zoveel willen vragen maar krijgen nu geen antwoorden meer. Zo ook die mevrouw. Haar moeder was, ‘te vroeg, te jong’, overleden. Ze was, samen met haar man, bij mij onder behandeling voor bepaalde klachten. We spraken regelmatig over de lichamelijke dood en de overgang van de geest naar het hiernamaals. Door hun eigen mediamieke ervaringen waren zij overtuigd geraakt van het voortleven van de geest. Maar de prangende vraag: “waarom neemt moeder dan niet één keer contact met ons op om te laten merken dat ze gelukkig is, waarom laat zij ons zo in onzekerheid?” kon ik ook niet beantwoorden. Tijdens de afspraak van enige weken geleden: mevrouw was klaar en ik was begonnen met de behandeling van meneer, bouwde zich voor mijn geestesoog het gelaat van een menselijk wezen op. Het gezicht vertoonde vrouwelijke trekken maar had voor mij geen herkenbare aanknopingspunten.

Plotseling verscheen de bovenkant van een rechterhand in beeld waarvan behalve de wijsvinger de overige vingers en duim tot een vuist waren gevouwen. De wijsvinger was wat krom naar voren gestoken en het geheel maakte een soort, op de tafel of arm van een ander, tikkende beweging. Tijdens deze bewegingen hoorde ik de woorden: “je moet geduld hebben”. Toen was het beeld weg. Verwonderd dacht ik na over wat ik gezien had. Dit had toch niets te maken met de klachten van mijn patiënt. Het leek mij het beste om mijn waarneming maar te vertellen, zou het nu geen herkenningspunten opleveren dan zou het mij later misschien wel duidelijk worden.

“Dat is mijn moeder!!!” riep mevrouw. Haar man beaamde dat. Haar moeder had n.l. de hebbelijke gewoonte om alles wat ze zei met een aanwijzende tikkende wijsvinger te onderstrepen, net alsof ze extra aandacht vroeg.

De woorden “je moet geduld hebben” bleken mijns inziens aan het juiste adres gericht.


--Leo Bakker