Uit SpiritueelChristen
Ieder mens verlangt – bewust of onbewust – naar vrede in zijn of haar leven. Vrede met de wereld om ons heen, vrede met God en vrede met onszelf.
Het leven op aarde bestaat echter niet alleen uit vrede, maar ook uit strijd. Als mens dragen we niet alleen lichte, maar ook uit donkere schaduwkanten in ons mee.
Hoe gaan we om met die donkere kanten in onszelf? Trekken we er fel tegen ten strijde om langs die weg vrede met God en met onszelf te vinden, of is er een manier om ons ermee te verzoenen?
Ik mag mijzelf leren kennen en alles van mijzelf onder ogen zien. En ik mag mijn eigen weg zoeken met mijzelf en met God, om vrede te vinden in mijn leven.
Als mens dragen wij een spanningsveld in ons mee: het spanningsveld tussen hemel en aarde. In onze zoektocht naar spirituele vrede kan het gebeuren dat onze aandacht teveel uitgaat naar de hemel, terwijl wij de aarde in onszelf verwaarlozen. Dit heeft als mogelijk gevolg dat we onze gezonde aarding en daarmee onze kostbare vitaliteit verliezen, waardoor wij op een negatieve manier kwetsbaar worden. Met andere woorden: wij zullen de hemel niet in onszelf vinden door de aarde te ontvluchten.
In mijn zoektocht naar innerlijke vrede kan ik mijn best gaan doen een liefdevol en zuiver mens te worden. Ik moet natuurlijk aan mijzelf blijven werken en ook in al mijn daden het goede betrachten. Maar dit kan ontaarden in een afwijzende houding tegenover de onvermijdelijke aardse eigenschappen die ik ook in mij meedraag.
In mijn spiritueel streven loop ik het risico het contact met mijzelf kwijt te raken. In mijn praktijk kom ik dit regelmatig tegen in mensen die er werkelijk alles voor over hebben het goede in hun leven na te streven en dit ook in praktijk proberen te brengen. Ondanks hun zuivere bedoelingen en tomeloze inzet lopen zij dan toch vast doordat zij het contact met zichzelf zijn kwijt geraakt. Hoe hard zij ook werken, de werkelijke vrede met henzelf is ver te zoeken. Doordat zij geen vrede hebben met hun eigen schaduwkanten, de eigenschappen die zij niet kunnen aanvaarden van zichzelf, gebeurt het soms dat zij zichzelf met harde hand gaan bestrijden. Alles wat ‘ego’ is, moet immers vanuit die visie bestreden worden.
Onze egokrachten moeten niet leidend worden in ons leven, want dan zullen wij verharde egoïsten worden. Maar zij hoeven evenmin vanuit datzelfde ego met geweld worden bestreden. Dan raken we innerlijk nog meer verdeeld dan we al zijn. Wij mogen die krachten leren beheersen: er ‘heer’ over worden.
Kort geleden ontving ik in mijn praktijk een vrouw die in een dergelijke strijd zat verwikkeld. Zij vertelde mij daarbij ook enkele dromen die een diepe indruk op haar hadden gemaakt. Eén van die dromen sprong er voor mijn gevoel heel erg uit.
Het water staat in dromen meestal voor ons onderbewustzijn. Als wij iets boven water moeten halen in onze dromen, wil dat zeggen dat we bepaalde krachten in onszelf bewust moeten laten worden. En de dieren in onze dromen duiden meestal op die typische aardekrachten, de krachten die wij op aarde dikwijls zo hard nodig hebben, maar die wij geneigd zijn te ontkennen of te verdringen.
Maar in deze droom droeg zij dus een paard op haar rug. We weten allemaal dat het wijzer zou zijn de rollen om te draaien zodat dat wij ons door het paard laten dragen. Met andere woorden: deze vrouw droeg bepaalde egokrachten als een last met zich mee, zij ging er letterlijk onder gebukt. Onbewust streed zij zelfs tegen deze krachten, terwijl die krachten ertoe bedoeld zijn haar te dienen. Dat het water het voetpad overspoeld had, duidde erop dat de krachten van het onderbewustzijn buiten de oevers waren getreden. Na een jarenlange onderdrukking komt er een moment dat dit niet meer tegen te houden is: we kunnen onze schaduwen lange tijd ontkennen of verdringen, maar er komt een moment dat zij ons zullen inhalen.
Nadat wij klaar waren met ons gesprek, ging ik – zoals gebruikelijk – de hoofdpunten van ons gesprek even kernachtig voor haar uitwerken op papier, zodat ze er thuis nog eens rustig op terug kon kijken. Terwijl ik daarmee bezig was, pakte zij spontaan mijn boekje ‘Vrede met jezelf’ van de kast en sloeg het open. Tot haar verbazing las ze daar de volgende tekst:
Het ego niet bestrijden[1]
Veel mensen zijn in hun spirituele fanatisme geneigd om hun egokrachten hardnekkig te bestrijden. Zij willen zo de egodood bereiken om geheel en al met licht vervuld te zijn. Maar zolang ik met mijn egokracht ten strijde trek tegen mijn ego, zal ik innerlijk nóg meer verdeeld raken en op den duur ontmoedigd de strijd staken.
Ieder koninkrijk dat in zichzelf verdeeld is, zal uiteindelijk vallen. En verdeeldheid is een machtig wapen in de handen van het kwaad.
We zouden veelmeer moeten streven naar eenheid vanuit de Geest om zo onze verdeeldheid te overstijgen. Dit betekent ook: vrede sluiten met onszelf in plaats van onszelf bestrijden.
Verdeeldheid doet ons voortdurend heen en weer slingeren. De liefde brengt eenheid. Niets is groter dan de liefde. Daarom zullen wij moeten leren ons over te geven aan de liefde alleen. En die liefde mag een aanvang nemen in onze eigen binnenwereld. We moeten allereerst onszelf leren liefhebben. Door ons ego met de liefde van de Geest te laten doorlichten, kan de grote eenheid van de Geest werkzaam in ons worden.
De Geest wil ons ego vervullen, transformeren en levend maken. Want het ego is al dood van zichzelf doordat het zich in een afgescheiden toestand bevindt. De Geest wil het ik van de mens weer inlijven en doorstromen met Geestkracht. Daarom moeten we niet teveel onderscheid maken tussen ego en niet-ego, tussen het lagere en het hogere in onszelf. Het ego mag samenwerken met het hogere in ons. Man en paard moeten toch één zijn? Zolang zij nog als vijanden tegenover elkaar staan, zullen ze onmogelijk kunnen samenwerken. De heilige Geest is de vredebrenger, de goddelijke kracht die de eenheid in de mens bewerkt. Wij mogen leren vanuit deze Geest te denken en te leven. Dan zal er innerlijke vrede zijn.
U kunt zich voorstellen dat met name de zin ‘Man en paard moeten toch één zijn?’ haar bijzonder trof omdat dit in haar droom en in ons gesprek zo nadrukkelijk naar voren was gekomen.
Het raakt mij telkens weer als ik merk hoeveel geestelijke begeleiding mensen krijgen tijdens die diepgaande processen waar zij doorheen gaan. Daarbij is ook duidelijk te zien dat steeds meer mensen in sneltreintempo door dergelijke processen heen gaan waarbij heel veel onbewuste zaken bewust worden gemaakt. Ik denk dat het belangrijk is dat we beseffen dat we hier niet alleen in staan, maar dat de geestelijke wereld ons met zorg omringt.
Die geestelijke wereld verzekert ons ook dat we het allemaal niet op eigen kracht hoeven te doen, dat we al die eigenschappen van onszelf niet met harde hand hoeven bestrijden, maar dat we mogen toegroeien naar een staat van vrede in onszelf.
Dat kan door ons met de Geest van Christus te verbinden. Christus is niet alleen de hoogste geest die God heeft geschapen, maar ook een dimensie waarmee wij ons vanbinnen kunnen verbinden, de verzoenende energie die ons reinigt en vrede schenkt. We hoeven ons hart maar voor Hem te openen, en die dimensie, ook wel het ‘Christusbewustzijn’ genoemd, zal ons hart binnenstromen en deel uitmaken van ons leven. Misschien zijn de vruchten niet meteen zichtbaar en voelbaar, maar die zullen dan gaandeweg tevoorschijn komen. We zijn geroepen ons leven met die energie te doordrenken.
Het is Jezus Christus geweest die met Zijn leven en sterven deze weg geopend heeft. We hoeven het allemaal niet op eigen kracht te doen, maar mogen ons kwetsbaar openen voor Hem en God. Dan zal vrede één van de vruchten mogen zijn die we zullen oogsten. Vrede met jezelf en vrede met God.
- ↑ Uit: ‘Vrede met jezelf’ door Roelof Tichelaar, uitgegeven door Ten Have, Kampen, ISBN 978-90-259-5796-4

