Uit SpiritueelChristen
Naar aanleiding van een schriftelijk consult kreeg ik van één van mijn cliënten het volgende verzoek: “Zou je een stukje kunnen schrijven over, zoals jij dat noemde, 'spiritueel perfectionisme'? Je hebt dit aan me uitgelegd, maar ik denk zelf dat ik niet de enige ben die hiermee te maken heeft.”
Inhoud |
Waar gaat het mis?
Ik ben ervan overtuigd dat deze mevrouw helemaal gelijk heeft en dat ze inderdaad niet de enige is die hiermee worstelt. Perfectionisme kan op nagenoeg ieder levensterrein voorkomen.Perfectionisten hoor je meestal dingen zeggen als: “Als ik iets doe, moet het perfect zijn, anders kan ik er geen plezier aan beleven.” “Ik mag geen fouten maken, want dan heb ik het gevoel dat ik als mens gefaald heb.” Of: “Ik wil een perfecte moeder zijn en mijn kind moet perfect gelukkig zijn.” Maar ook op het gebied van uiterlijke schoonheid kan perfectionisme genadeloos toeslaan. Denk maar aan de Barbie-achtige verschijningen in de modellenwereld die vele jonge tieners onzeker maken en aanzetten tot anorexia. De wereld kan ons immers een beeld voorspiegelen waaraan we menen te moeten voldoen. Hoe onzekerder iemand over zichzelf is, des te groter de kans dat hij of zij gevoelig is voor dergelijke maatschappelijke invloeden. Met een gezonde prestatiedrang is helemaal niets mis en deze kan zelfs het beste in mensen naar boven halen. Zonder gezonde prestatiedrang is er geen vooruitgang. Maar zodra deze drang mensen gaat beheersen, zullen zij erin verstrikt raken. Ze raken hun vrijheid kwijt en kunnen uiteindelijk geen geluk meer ervaren, want ze zijn immers niet langer in staat zichzelf te accepteren zoals ze zijn. Zodra we een oordeel over onze prestaties gelijk stellen aan een oordeel over onszelf, gaat het fout. Dan worden onze prestaties bepalend voor ons zelfbeeld en ons besef van eigenwaarde.
'Het is nooit goed genoeg.'
Zoals de titel van dit artikel al suggereert, kan perfectionisme ook ons spirituele leven binnen sluipen. Op zich is dat niet zo verwonderlijk. Door de spirituele normen en waarden, zoals we die in de verschillende tradities kunnen vinden, voelen velen zich aangemoedigd om liefdevoller, zuiverder, lichter en hulpvaardiger te worden. Aan dit rijtje kan ik nog vele eigenschappen toevoegen, die allemaal op 'er' eindigen. Als we op die manier met spiritualiteit omgaan, kan dit betekenen dat het eerder een last dan een bevrijdende ervaring wordt. Want wie alles beter wil doen dan hij of zij kan, zegt eigenlijk van zichzelf dat hij of zij niet goed genoeg is. Dat is ook de beleving van de perfectionist: 'Het is nooit goed genoeg. Het kan altijd beter.' Hierdoor verkeert de perfectionist in een voortdurende staat van onvrede met zichzelf. Het innerlijke koninkrijk raakt verdeeld en de perfectionist zal zichzelf ondermijnen.
De ontmaskering van onze schaduw
Als mens zijn we niet perfect in díe zin, dat we alleen maar liefdevol, zuiver, licht en hulpvaardig zijn. Mensen die dit eenzijdig en krampachtig nastreven, zullen altijd bepaalde eigenschappen van zichzelf onderdrukken of verdringen, waardoor ze zichzelf eigenlijk geweld aandoen. Als ik mijn boosheid onderdruk, zal het op een gegeven moment tot een uitbarsting komen waarin alle redelijkheid ver te zoeken is. Als die uitbarsting er nooit komt, zijn de gevolgen waarschijnlijk nog veel ernstiger. Dan word ik depressief en raak ik mijn vitale kracht kwijt doordat mijn boosheid implodeert. De monnik Anselm Grün spreekt in dit verband over het eenzijdig nastreven van de 'spiritualiteit van boven', terwijl de 'spiritualiteit van beneden' ernstig verwaarloosd wordt, met alle desastreuze gevolgen van dien.In ons dagelijks leven raken we regelmatig in situaties verzeild waarin onze schaduw ontmaskerd wordt. Een plotseling opvlammende boosheid, terwijl je van jezelf dacht dat je die boosheid zo langzamerhand wel achter je had gelaten. Een gevoel van jaloezie dat opeens in je opwelt, terwijl je dacht dat je die al lang had uitgebannen. En zo kan ik nog tal van voorbeelden noemen, waarin onze verdrongen of ontkende schaduwen aan het licht worden gebracht. Het is van doorslaggevende betekenis hoe we op deze ontmaskering reageren. Veroordelen we onszelf omdat we zo in onszelf teleurgesteld zijn? Of kunnen we toch vrede vinden met onszelf en laten we het oordeel over onszelf los en leren we met andere ogen naar onszelf te kijken? Heel vaak zie je dat achter die plotseling opvlammende boosheid bijvoorbeeld een diepe pijn schuilgaat, doordat onze grenzen zijn geschonden. En die jaloezie kan heel goed de immense ontevredenheid over onszelf verraden. Als we tijdens de momenten van ontmaskering zonder oordeel naar onszelf kunnen kijken, kunnen we daar een innerlijke winst op behalen. Gaan we onszelf op die momenten nóg harder veroordelen of schieten we angstvallig in de verdediging, dan zal ons verlies alleen maar groter worden. Dan wordt de schaduw opnieuw verbannen naar het onbewuste, waardoor deze ons innerlijk leven in de toekomst nog meer zal saboteren. Als we zo reageren, worden we waarschijnlijk ook onverdraaglijk voor onze naasten. We weigeren immers naar onszelf te kijken, maar lopen daardoor weg voor de waardevolle les die we hieruit kunnen leren. Naar anderen toe weten we het zogenaamd altijd zo goed, maar we zijn blind voor onze eigen neurotische trekjes. We zien de splinter in het oog van de ander, maar de balk in ons eigen oog ontgaat ons. Feilloos kunnen we de ander psychologisch analyseren en advies geven, maar het belangrijkste zien we over het hoofd.En zodra de ander met rake kritiek komt, reageren we fel of strategisch, het doet er eigenlijk niet toe hoe, áls we maar niet worden ontmaskerd, want dan vallen we onszelf zo tegen… Leven in zo'n kramp kost ons bakkenvol kostbare energie. We verzetten ons tegen ons mens-zijn en klampen ons vast aan de zelfgeschapen illusie dat we al zó ver zijn op de spirituele weg…
Eenzaam…
Iemand die zo krampachtig probeert te voldoen aan zijn of haar zelfgeschapen maatstaf van perfectie, zal zichzelf ook moeilijk bloot kunnen geven aan andere mensen. Het gevaar van ontmaskering wordt immers groter, naarmate mensen dichterbij komen. Daarom zal de spiritueel perfectionist er waarschijnlijk ook alles aan doen om mensen bij zich vandaan te houden om maar niet door de mand te vallen: 'Want die ander zou maar zien hoe ik wérkelijk ben… Die ander zou maar aan mij merken dat ik niet zo spiritueel ben dan hij waarschijnlijk van mij verwacht…' Hierdoor kunnen mensen die daarmee worstelen ook erg eenzaam zijn. Maar wat zou het een bevrijding zijn als zij tot de ontdekking kwamen dat ze dit alles los mogen laten!
Hoger zelf of super-ego?
Mensen voor wie spiritualiteit veel betekent, zullen proberen vanuit hun hoger zelf te leven. Dat is ook de grote uitdaging van ons leven op aarde, dat ons ego steeds meer doorlicht zal worden door het licht van Christus in ons. En juist op dit punt kan het heel gemakkelijk mis gaan, omdat ons ego zich ook met onze geestelijke groei gaat bemoeien. En waarmee kan het ego meer invloed uitoefenen op spiritueel gerichte mensen, dan met spiritueel perfectionisme?Paulus, de bekende apostel en mysticus, moet van nature ook een perfectionist zijn geweest. Als aanhanger van de joodse religie vervolgde hij met groot fanatisme de christenen van zijn tijd. Na zijn bekering tot het christendom reisde hij de wereld rond om de boodschap van Christus te verkondigen en doorstond hij de ene ontbering na de andere met een doorzettingsvermogen en een fanatisme dat maar weinig mensen kunnen opbrengen. Dat fanatisme kwam natuurlijk vooral voort uit de intense Christuservaring die hij had op weg naar Damascus. Het was die ervaring, die zijn leven voorgoed veranderde. In deze ervaring heeft hij het wezen van Jezus Christus doorschouwd. Jezus verscheen voor hem als licht en liefde en heeft zijn hart met liefde vervuld. Het was een ervaring die het leven van Paulus op de kop heeft gezet. Die ervaring liet hem zien dat zijn bijna krampachtige ijver voor de wet hem machteloos bij God had gebracht, die hem volkomen aanvaardt zoals hij is. Hij wordt bevrijd van de grote angst van geen waarde te zijn. Maar met die ervaring was de persoon Paulus niet op slag verdwenen; dezelfde fanaticus zette zich nu in voor de boodschap die hij daarvoor met evenveel inzet probeerde te vernietigen. Hij deed dit nu echter vanuit een andere geest: niet vanuit zijn eigen ego, maar vanuit de geest van Christus en verloor daarmee niet het heldere zicht op zichzelf. Want wie wérkelijk met Christus verbonden is, zal ook vanuit kwetsbaarheid naar zijn of haar eigen schaduwkanten kunnen kijken.
Wat voor Paulus geldt, geldt ook voor ons: als wij door een innerlijke ervaring een nieuwe weg inslaan, betekent dat nog niet meteen dat we geheel andere mensen zijn geworden. Dezelfde neurotische patronen - die we tenslotte allemaal in ons meedragen - zullen we ook dan nog in onszelf tegenkomen. Het is de manier waarop we met deze patronen en schaduwen leren omgaan. Gaan we die met harde hand vervolgen en onderdrukken of zien we die onder ogen en sluiten we er vrede mee en leren we vanuit een andere laag naar onszelf te kijken?Paulus worstelde vaak met zichzelf; dat kunnen we in zijn brieven in de bijbel lezen. Maar hij was in staat zijn schaduwkanten onder ogen te zien:
Want het goede dat ik wil doen, doe ik niet, maar het slechte dat ik het liefst niet wil doen, voer ik uit. Wanneer ik nu dat doe wat ik niet wil doen, dan is niet mijn eigenlijke ik de boosdoener, maar een zondige neiging die zich in mij genesteld heeft.[1]
Paulus laat hiermee zien dat hij zichzelf kent in al zijn lichte en donkere kanten. De 'zondige neiging' waar Paulus over spreekt, zouden we vanuit de inzichten van de psychologie onze 'schaduwen' kunnen noemen. Maar hij leert ons ook dat we ons niet moeten identificeren met de schaduwen die we als mens nu eenmaal in ons meedragen. Hij leert die schaduwen te aanschouwen in het licht van Christus, waarin we onszelf volledig mogen leren aanvaarden en ons bovendien volledig door God aanvaard weten.Ons ego kan zich heel goed voordoen als ons hoger zelf. Ons ego kan ons aansporen tot grote spirituele prestaties: een goed, liefdevol en vergevingsgezind mens zijn. Maar doordat ik in mijn dagelijks leven merk dat ik dit niet altijd ben, kan mijn leven een doorlopende teleurstelling worden. Paulus heeft hier ook mee geworsteld, maar vond het antwoord in de vereniging met Christus:
Wie zal mij dan eindelijk bevrijden uit de slavernij van deze geestelijke dood? De genade van God zal dat doen door Jezus Christus, onze Heer. [2]
Vanuit zijn oude beleving van en visie op spiritualiteit maakte Paulus geen onderscheid tussen zijn prestaties en zijn diepste zijn. Met andere woorden: zolang hij nog geen perfect mens was, kon hij volgens zijn oude inzichten het licht van God niet in zich dragen. En wie het licht van God niet in zich meedraagt, is volgens die inzichten 'geestelijk dood'. Zijn Christuservaring rekent voorgoed af met dit oude inzicht en leert hem dat echt geestelijk leven niet afhankelijk is van het perfect naleven van de wet, iets wat bij de oude Paulus nog hoog in het vaandel stond. Was het voorheen zijn 'super-ego' dat van hem eiste dat hij de wet nauwgezet naleefde om met God verbonden te kunnen zijn, nu leefde het licht van Christus als een zon van genade in hem. Een grote innerlijke ommekeer had plaats gevonden.
Een droom
Net als ieder ander mens worstel ik ook met mijn tekortkomingen en schaduwkanten. Ik kreeg eens een droom waarin een moeder en haar kind, een jongetje van een jaar of zeven, achter mij liepen. Het jongetje had in zijn ogen iets niet goed gedaan. De moeder reageerde met de woorden: 'We zijn geen licht, maar we zijn slechts de donkere kokers die het licht mogen dragen.' In die droom werd ik erop gewezen dat ik als mens niet één en al licht kan zijn. Die donkere koker verbeeldt ons mens-zijn. Alleen in onze diepere laag zijn we licht. Licht, dat tijdens ons leven op aarde door de donkere koker gedragen mag worden. Door dit te beseffen, hoef ik me niet langer met die donkere koker te identificeren, maar mag ik leren mijn donkere kanten onder ogen te zien en er wat lichtvoetiger mee om te gaan. En alleen door vanuit de liefde van Christus naar die donkere kanten te kijken, kan er een transformatieproces op gang komen dat het licht in ons doet toenemen. Deze droom was voor mij een aanmoediging tot mildheid voor mezelf.
Oververantwoordelijkheid
Zolang ik vanuit mijn 'super-ego' de spirituele weg bewandel, zal ik voornamelijk op wilskracht de staat van perfectie proberen te bereiken. Heel vaak uit zich dat ook in oververantwoordelijk gedrag. Mensen die lijden aan een laag zelfbeeld en geneigd zijn alle schuld naar zich toe te trekken, voelen zich niet zelden ook verantwoordelijk voor het geluk of ongeluk van anderen. Ze gaan stelselmatig aan zichzelf voorbij omdat ze altijd klaarstaan voor de ander en zichzelf daarbij compleet wegcijferen. Volgens de maatstaven van hun 'spirituele super-ego' doen ze precies wat van hen gevraagd wordt, maar ondertussen verliezen ze het zicht op hun schaduwkanten, waardoor ze zichzelf overvragen en hun vitale krachten ondermijnen.
Het verlies van onze aarding en energetische gevolgen
Het eenzijdig nastreven van de 'spiritualiteit van boven' zorgt ervoor dat we onze gezonde aarding zullen verliezen. We zijn gericht op onze bovenste chakra's en komen daardoor los van ons lichaam, waardoor we niet alleen moe worden, maar ook nog eens ongezond open komen te staan voor allerlei energetische invloeden van buitenaf. Door ook stil te staan bij ons mens-zijn en onze schaduwen, onze zwakheden en tekortkomingen en door met deze zelfkennis ook wérkelijk vrede te vinden, kunnen we onze gezonde aarding bevorderen. Daarnaast is het belangrijk om ook met aardse dingen bezig te zijn (zonder onszelf daarin te verliezen), te wandelen, te sporten, gezond te eten en bewust met onze aandacht in het hier en nu te leven.Mensen die daar gevoelig voor zijn, kunnen hun energie laten weglekken in het gezelschap van bepaalde mensen. Dikwijls geven ze die energie onbewust weg doordat ze zich bijvoorbeeld oververantwoordelijk voor de ander voelen en hun pijn of verdriet willen wegnemen. We moeten ons er bewust van zijn dat dit op energieniveau grote gevolgen kan hebben, helemaal als we niet goed geaard zijn.
Vrede met jezelf: de kruisiging van het super-ik
De kruisiging van Christus, die we met Pasen gedenken, verbeeldt ook een proces in onszelf. Maar wat moeten we onder de kruisiging van onszelf verstaan? Is dat het doden van iedere schaduwzijde door een zo zuiver en licht mogelijk mens proberen te zijn? Ik denk niet dat het daarom gaat. Als we dat krampachtig gaan nastreven, komen we opnieuw onder de macht van het 'super-ego' te staan, dat zich voordoet als ons hoger zelf. Of, zoals Paulus het zegt, dan 'laten we onszelf opnieuw een slavenjuk opleggen.' We blijven als mens immers slechts 'de koker die het licht mag dragen'. Wat er werkelijk gekruisigd moet worden, is het 'super-ego' zélf en de daaraan verbonden perfectionistische maatstaven, zodat er werkelijk vrede in onszelf mag ontstaan. Het oude ik sterft af en het nieuwe, met Christus verbonden hoger zelf, verrijst. Dat is een spirituele betekenis die ik aan de wederopstanding kan geven. Dit betekent niet dat we er zomaar op los kunnen leven. Spiritueel geluk bereiken we immers niet door iedere behoefte meteen te moeten vervullen, want dan zijn we ook slaven. Er zijn enkele maatstaven die overeind blijven en die door Jezus als volgt zijn geformuleerd: 'Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf.' Jezus geeft hier de weg van het heilige midden aan. De mate waarin ik mezelf liefheb, mag de maatstaf zijn waarmee ik andere mensen benader en behandel. Zodra ik andere mensen schade berokken, ga ik een grens over. Maar ook wanneer ik mijn eigen vrijheid inlever en ergens slaaf van word, verlies ik de vitaliteit van een gezond spiritueel leven.De vrijheid die we in Christus hebben ontvangen, ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid voor elkaar. We zijn in de Geest van Christus juist geroepen naar elkaar om te zien. Onverschilligheid past daar niet in; wel de zorg voor het welzijn van de ander, tenminste, voor zover we hier verantwoordelijk voor kunnen zijn. (Hier gaat het erom op een zuivere manier onze grenzen te stellen!) Daarom is het niet zo dat onze goede werken er niet langer toe doen. Die goede werken mogen in een sfeer van vrijheid uit ons voortkomen en daar kunnen we, vanuit de Geest van Christus, ook vreugde aan beleven. Genade is een kracht die bedoeld is te stromen en te delen met elkaar, zoals de leerlingen van Christus symbolisch deelden in zijn bloed en lichaam.
Paulus was in staat zich met zijn zwakte te verzoenen en daarin zelfs de gemeenschap met Christus te ervaren. Anselm Grün zegt hierover: 'De ontmoeting met Christus, de Gekruisigde, heeft hem bevrijd van de illusie dat hij door de godservaring bijzonder sterk en evenwichtig, rustig naar ziel en lichaam, en gezond zou zijn geworden. De ervaring van Jezus Christus maakt ons niet simpel sterker en vrijer jegens anderen. Ze kan ons ook bepalen bij onze eigen zwakheid. Maar juist daarin kunnen we ons bevrijd-zijn van alle menselijke maatstaven ervaren. Het komt er niet meer op aan hoe we optreden, maar slechts of Christus zijn licht via ons doet schijnen. En de heerlijkheid van Christus kan juist langs de weg van onze zwakheden, door onze neurotische gedragingen en ziekten, in deze wereld voor de mensen oplichten. Deze ervaring leidt ons binnen in een nieuwe dimensie van vrij-zijn van de maatstaven van deze wereld.' [3]
Een bezielend vuur
Het maakt een groot verschil of we vanuit ons eigen, menselijk ik het goede op eigen kracht nastreven, of dat we leven vanuit een bezieling door Gods Geest (of: Christus in ons). Zolang we nog enkel vanuit onze eigen kracht streven naar het goede, zullen we altijd dingen blijven verdringen of onderdrukken in onszelf. De bezieling vanuit de Geest maakt het anders: dan staan wij niet langer zélf centraal, maar God. Dan komen we gaandeweg misschien in de ontspannen staat van Zijn terecht die niets met menselijke inspanning te maken heeft, maar die is gebaseerd op liefde alleen: een bezielend vuur van liefde waarin wij allereerst zélf opgenomen worden en van waaruit we ook de ander mogen liefhebben. Het kwetsbaar toelaten van deze liefde zal ons omvormen en herscheppen. Alleen in de sfeer van díe liefde kunnen we waarachtige mensen zijn.
- ↑ Rom. 7:19 en 20, vertaling J. Greber
- ↑ Rom. 24 en 24, vertaling J. Greber
- ↑ Uit: 'Paulus - ervaring als kern van het christelijk geloof' door Anselm Grün, uitgegeven door Ten Have, Kampen. ISBN 978-90-259-5928-9

