Uit SpiritueelChristen

De stratenmaker

Tijdens een vakantie zat ik me, in mijn hoofd, druk te maken over een stukje tekst dat ik in een spiritueel christelijk tijdschrift gelezen had. Het betrof de tekst “God de Zoon”. Ik maakte me over dit stukje tekst nog al druk omdat deze tekst voor mijn gevoel niet klopt. God is de Vader, en Christus is de Zoon. Christus is de hoogste en de eerste door God geschapen geest, en is daarmee niet God zelf. Voordat Jezus Christus aan het kruis stierf riep Hij: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?” Als Christus God was, hoe kan hij zichzelf dan verlaten? Even simpel gezegd kan God dus niet de Zoon zijn. Christus is de enige geschapen geest die de heilige Geest van God absoluut volledig in zich aanvaard heeft, en daarom het volledige Licht in Gods schepping is. Vanwege deze volledigheid van deze eenheid met God zou de verwarring wel eens kunnen ontstaan dat Christus en God één en dezelfde zijn en dat daarmee ook van “God de Zoon” gesproken zou kunnen worden. En zo maakte ik me hier dus druk over, en was teleurgesteld dat de schrijver in dit tijdschrift dit niet begrepen had. Die nacht had ik een droom.

“Er is iets mis met de straat. Ik constateer dit. Ik weet niet meer precies wat er gebeurd is maar het kan een verzakking zijn of een verkeerde aanleg. Ik vind dat de stratenmaker, die deze straat gelegd heeft, dit moet herstellen. Ik ga in discussie met hem. Hij komt echter met logische argumenten om dit niet te doen. Hoewel ik weet dat de argumenten niet helemaal kloppen, kan ik niet makkelijk tegenargumenten geven. Dat de stratenmaker weigert de straat te herstellen maakt mij boos en ik stap naar de gemeente toe om mijn beklag te doen. Het gemeentehuis staat niet ver daar vandaan en ik ga er heen. Daar krijg ik een technische computertekening te zien. De tekening is niet alleen van die straat maar vooral ook van andere straten, misschien zelfs van een hele wijk. De straten zijn vergelijkbaar met elkaar, en er zijn ook wat huizen getekend. Op de tekening is te zien dat de patronen van de gelegde straatstenen per straat soms verschillen, dat niet hoort. Wat me opvalt, is dat de straat tot in detail, tot op de individuele straatstenen, getekend is. Het computerbeeld zoomt daarop in. Tot op een dergelijk detail technische tekeningen maken, van straten, is niet echt gebruikelijk. De persoon bij de gemeente beklaagt zich over de tekenaars. Ik heb de indruk dat de tekenaars tot hetzelfde bedrijf horen als de stratenmaker. Er is blijkbaar dus meer mis. Het probleem is terug te herleiden tot een verkeerde maatvoering. Er is uitgegaan van een maat op basis van ’8’ en het had op basis van ’9’ moeten zijn. Ik meet, met een meetlat, een vierkante straatsteen op, en deze is inderdaad 16 cm (2 x 8), en dat had dus blijkbaar 18 cm moeten zijn. Ik krijg de indruk dat de gemeente dit probleem wil oplossen en dat de stratenmaker de straten opnieuw zal moeten leggen. Mijn probleem met de stratenmaker wordt dus dan ook meegenomen.”

Met één en al vraagtekens werd ik wakker. In eerste instantie ging ik er vanuit dat een persoonlijke situatie op één of andere manier in de droom verwerkt zat. De droom heb ik met Roelof Tichelaar besproken, maar ook hij begreep de inhoud niet. Hij was er wel van overtuigd dat het meer betrof dan alleen een persoonlijke droom.

De ‘8’ en de ‘9’

De droom werd duidelijker door een doorgeving die Roelof een week daarna kreeg. Hij had navraag gedaan en er werd duidelijk gemaakt waar de getallen ‘8’ en ‘9’ voor staan. De ‘8’ is gelijk aan de slang en komt qua getal daarmee overeen en symboliseert de oneindige cyclus van reïncarnatie. Het verband tussen de slang en mijn droom begreep ik echter nog niet. De ‘9’ laat de volle waarheid zien. Dit is de bevrijding door Christus uit deze oneindige cyclus.

Dit werd nog duidelijker met een droom waarin ik een raar symbool of teken zag, dat bestond uit cirkels, bogen en lijnen, geschreven op een vel papier. Sommige lijnen waren dik en andere waren dun. Ik dacht hier de volgende dag over na en realiseerde me dat dit erg leek op een methode om te leren schrijven. Toen mijn oudste dochter in de laatste kleuterklas zat gebruikte ze deze methode om het tekenen van de cijfers en letters te oefenen. De cijfers en letters bestaan vaak uit meerdere lijnstukken. Het pad dat de pen over het papier in één beweging moet gaan werd aangegeven met een dikke lijn. Het punt waar de pen moet beginnen met een dikke punt. De lijnen die al getekend zijn of nog getekend moeten worden, werden met dunne lijnen aangegeven.

Ik zag de symboliek van het getal ‘8’ en ‘9’. De cirkels in beide getallen geven het aardse leven weer. Bij de ‘8’ gaat het pad (straat) dat de pen volgt van het ene leven over in het volgende. Bij de ‘9’ verlaat het pad dat de pen volgt, de cirkel, om er niet meer bij terug te keren.

Via deze dromen en een aantal doorgevingen aan Roelof, werd duidelijk gemaakt dat de ideeën van geboorte en wedergeboorte om via meerdere levens tot een innerlijke groei te komen, niet de juiste weg (straat) is.

Geen omweg nodig

De geschiedenis van ons geestelijke en aardse bestaan laat zien dat we op weg zijn terug naar Gods koninkrijk. Ooit hebben we uit eigen vrije wil een blunder begaan en ons van Hem afgestoten. En daarmee de heilige Geest van God uit ons binnenste, ons hart, verstoten. Door o.a. dit aardse leven mogen we terug keren, als we dit ook weer zelf willen. Nadat Jezus aan het kruis gestorven was, ging Hij over tot de bevrijding van ons uit de gevangenschap door satan. Deze gevangenschap door satan was het gevolg van onze eigen afwijzing van God. We hadden het licht uit ons geweerd en de duisternis bij satan aanvaard. De bevrijding door Christus maakt ons nu vrij om zelf te kiezen wat wij willen. Het belangrijke hier aan is dat onze wil en intentie, de bepalende factor zijn. God wil ons met open armen verwelkomen, en doet dat ook als wij dat ook willen. Dan zullen we terug bij Hem, thuis komen. Maar als we, door wat voor reden dan ook, deze verwelkoming afwijzen, zal God ons niet tegen onze wil verplichten een plaats in zijn koninkrijk in te nemen. Dit is het gevolg van de heilige eigen vrije wil die we hebben, en die ons vrij maakt. Wijzen we God af en aanvaarden we dus zijn Liefde, de liefde, niet in ons, dan wordt het daardoor donker in ons. De bedoeling is echter om ons, omdat we het zelf willen, terug naar huis te laten komen. En daarbij krijgen we zo veel pogingen als we nodig hebben. Reïncarnatie is dan ook een manier om nogmaals te leven, en wederom de mogelijkheid te krijgen om te tonen wat we zelf, omdat we nu vrij zijn, willen. Het besluiten om de Liefde in je te aanvaarden leidt tot het leven waar we ooit in de geestelijke wereld voor gemaakt zijn. Dit is een besluit dat in één leven gemaakt kan worden. Reïncarnatie is dus eerder een vangnet die erger moet voorkomen, en daarmee ook een omweg kan zijn op onze weg naar huis.

In onze eigen beleving creëren we een wereld met onze eigen waarheden. Dit is onze eigen werkelijkheid. Onze intenties, wil en instelling maken deze werkelijkheid. Als we nu er vast van uit gaan dat we meerdere levens nodig hebben om geestelijk tot God te groeien, is dat ook onze eigen echte werkelijkheid. We aanvaarden dan dus dat we meerdere levens nodig hebben en stoten de verwelkoming door God van ons af. Christus heeft ons bevrijd en we mogen naar huis. Waar ons hart ligt daar mogen we heen. En ligt ons hart bij het idee dat we nog vaak moeten leven dan wordt dit, helaas, ook nog de werkelijkheid ook. We kiezen dan dus niet voor de bevrijding uit de gevangenis maar stellen ons in om er te blijven. We kiezen er daarmee dus voor om in de gevangenis te blijven. Dit is het pad dat de pen bij de ‘8’ volgt, en het pad dat de slang ons graag ziet volgen.

Het rationele denken en de wetenschap levert geen absoluut bewijs over een voortbestaan na dit leven. Dit blijft toch het gebied van het geloof en vertrouwen. Vanuit dit geloof in een voortbestaan zijn ook de ideeën over reïncarnatie ontstaan. Een vorm van hoop op een leven na dit leven. Maar juist een gerichtheid op reïncarnatie als de weg die we moeten gaan, pakt dan niet goed uit. Deze gerichtheid heeft het in zich dat we zelf voorwaarden stellen om tot God te mogen komen. Want we zouden dan dus meerdere levens nodig hebben om naar huis te mogen, en dat is een voorwaarde. Maar het onvoorwaardelijke, kinderlijk, geloof geeft vrijheid. Een onvoorwaardelijke instelling houdt dus alle mogelijkheden open, en heeft daardoor ook de aanvaarding van de bevrijding door Christus in zich. Juist de aanvaarding van de vrijheid die Christus ons gegeven heeft laat ons de gevangenis uit gaan. Als je vrij wil zijn, zal je door de deur moeten willen gaan. Bevrijd op weg naar de bron van Liefde, omdat we zelf ons hart op de liefde willen richten.

Het onvoorwaardelijke geloof in de Liefde overstijgt dus ook onze aardse religies. En de bevrijding door Christus geld dus ook voor ons allen. De Liefde van God wordt ons onvoorwaardelijk aangeboden. We mogen Hem onvoorwaardelijk in vrijheid in ons aanvaarden. Graag in dit leven nog.

Mijn probleem met de stratenmaker betrof de tekst “God de Zoon”, en was inderdaad opgelost. Er werd mij duidelijk gemaakt dat het om veel meer ging dan alleen mijn drukte over “God de Zoon”. Ik zag waar de straat werkelijk naar toe moet gaan.


--René