Uit SpiritueelChristen
Inhoud |
Ons wereldje
Als mens ervaren we onze omgeving door onze zintuigen. Samen met onze ervaringen en alles dat we leren, creëren we onze werkelijkheid. We weten niet alles en kunnen ook niet alles begrijpen. Door onze eigen beperkingen hebben we een beperkt zicht op de werkelijkheid. Maar deze werkelijkheid is de enige die we kennen en is dus ons wereldje. Dit wereldje hebben we grotendeels zelf gemaakt en biedt ons de mogelijkheid om in de complexe wereld om ons heen te kunnen leven. Het wereldje dat we maken is beperkt. We houden dit ook zo simpel mogelijk want dat maakt het leven begrijpelijker, en dit maakt ons zekerder. Met wat we wel en niet geloven bouwen we een eigen beeld van de werkelijkheid. We verdedigen ons wereldje als anderen het beeld bedreigen met nieuwe ideeën. We verdedigen ons wereldje als de echte werkelijkheid daar niet mee overeenkomt. We wijzen bedreiging af omdat we zeggen ze niet te geloven, en negeren ze. Onze wereld is belangrijker. Het is ons houvast. En wordt de echte werkelijkheid te confronterend dan vechten we er tegen, we verklaren het tot onzin, of vluchten in ons eigen veilige wereldje terug.
Deze eigen werkelijkheid bestaat in onze geest en is ons raam naar onze omgeving. Het wereldje bestaat alleen in onze eigen geest en hebben we als mens nodig om te kunnen leven. Wat we belangrijk vinden laten we ons wereldje binnen en wat we niet willen wordt bij de grens van ons wereldje geweerd. Elk mens zal hierdoor een beperkt beeld hebben van hoe alles werkelijk is. We zullen als mens, helaas, nooit de echte werkelijkheid, deze waarheid totaal kunnen ervaren en kunnen bevatten. Dit komt vooral omdat we ons er niet voor open stellen. We willen liever een goed overzichtelijk eigen wereldje. Bang om de grenzen van het wereldje te open.
De geest leeft verder
Na ons overlijden blijft onze geest leven. Het wereldje dat zich in onze geest bestaat blijft ook bestaan. We hebben dan nog steeds dezelfde blik op de werkelijkheid. De echte werkelijkheid is alleen na ons overlijden aanzienlijk intenser geworden. De beperkingen van onze zintuigen zijn weg gevallen en onze waarheid wordt uitvergroot en sterker belicht. Hebben we tijdens ons leven de grenzen van onze geest altijd gesloten gehouden dan zullen ze nu ook gesloten zijn. Hebben we ons geopend dan zal onze eigen werkelijkheid, ons eigen wereldje, dus ook open zijn. De intentie van ons leven nemen we op deze manier mee, en laten daarmee zien waar we ons op gericht hebben, en wat we belangrijk vinden.
De bevrijding
Het belangrijkste van ons leven hier is om de liefde die God ons biedt te aanvaarden. Hij biedt ons een leven aan bij Hem. Christus heeft, na zijn sterven aan het kruis, ons bevrijd uit de gevangenschap door satan. We zijn nu dus vrij. De deur van de gevangenis staat open en we hoeven alleen maar deze vrijheid, deze daad van liefde, te aanvaarden om door deze deur te gaan. Het aanvaarden van de liefde, dit is de liefde van Gods, als basis voor ons leven is daarmee ook het aanvaarden van het leven dat aan de andere kant van deze gevangenisdeur ligt: het leven bij God en Christus. Het aanvaarden van deze vrijheid, die we nu dus al hebben, is ook gelijk aan het verlaten van de gevangenis. Het geloof in Christus is hier aan gelijk.
Dit aanvaarden leidt tot ons leven in vrijheid bij God, want dit is de keuze voor het leven bij Hem, de keuze voor Zijn liefde, de keuze voor de liefde in ons.
Leven na de dood
Geen voortbestaan
Stel nu dat ik mijn wereldje beperk door er vanuit te gaan dat er geen leven na de dood is. Ik stel me dan in mijn leven hier op in en heb mijn wereldje gecreëerd met dit idee als onderdeel. Ik ga er dan vanuit dat er geen voortbestaan is. Met mijn geloof heb ik een wereld, een illusie, in mijn geest gemaakt die mijn eigen werkelijkheid is. Na mijn sterven leeft mijn geest voort. Ik leef dan in mijn illusie dat er geen leven is. God schenkt elk mens het leven en de liefde. Elk mens kan deze aannemen of niet. Als ik er van uit ga dat er geen leven na de dood is dan wijs ik dus het idee van een leven bij God dus af. Ik sla daarmee Zijn aanbod af, en kies dus voor mijn eigen wereldje. Ik heb mijn werkelijkheid tot absolute waarheid verheven en geen opening geboden voor inzicht. Mijn wereldje is mijn werkelijkheid en is met de afwijzing van het leven dus een hele trieste geworden. Een triest bestaan in een illusie van het niet leven.
Toch een voortbestaan
Stel nu dat ik er vanuit ga dat er een leven na de dood is. Dan aanvaard ik het feit dat er een voortbestaan is en open mij dus voor die werkelijkheid. Het leven dat God schenkt neem ik dan dus van Hem aan. Dit geschenk biedt God onvoorwaardelijk aan. Echt onvoorwaardelijk en dat is dus zonder voorwaarden. We mogen het aannemen als we het zelf willen. Maar als we toch voorwaarden gaan maken gaan we zelf de beperkingen maken.
Het aanvaarden van een bestaan na dit leven is een grote sprong die iemand in zijn geestelijke groei tot God kan maken. Door het aanvaarden van een wereld die groter is dan ons leven hier vergroot ook ons bewustzijn op deze grotere wereld.
Levensopdrachten
Stel nu dat ik er vanuit ga dat ik in dit leven bepaalde opdrachten moet uitvoeren. Ik moet me houden aan een lijst van regels en wetten, en zal verschillende zaken moeten doen. Dan stel ik dus voor mijzelf voorwaarden waaraan ik moet voldoen om het leven bij God te kunnen aanvaarden. Het idee dat God ons afwijst als wij niet aan de criteria voldoen is dan onze waarheid. Maar er zijn geen criteria, er zijn geen voorwaarden. De lijst van regels en wetten zijn dood en beperken iemand in het aanvaarden van Gods liefde. En ik doe dit dan dus helemaal zelf. Ik wijs daarmee God af doordat ik zijn liefde niet onvoorwaardelijk aanvaard. Ik stel dan zelf de criteria op.
Stel ik mij wel werkelijk open voor zijn liefde, zodat die ook in mij kan stromen, dan zijn vaak deze opgelegde regels en wetten een logisch gevolg. Natuurlijk zal ik niet stelen, natuurlijk zal ik niet doodslaan. Gods liefde is enorm en omdat Hij deze onvoorwaardelijk aanbied houdt dit ook gelijk in dat al onze misstappen door Hem vergeven worden. Hij rekent ze ons niet aan want als we Zijn liefde aanvaarden is dit zeer goed. De rest is allemaal bijzaak.
Meerdere levens
Stel nu dat ik er vanuit ga dat ik meerdere levens nodig heb om tot God terug te kunnen keren. Dan stel ik zelf dus ook weer een voorwaarde. Mijn huidige leven alleen is waarschijnlijk niet goed genoeg. Misschien ga ik er vanuit dat ik in dit leven bepaalde levenslessen moet leren en om in een volgend leven nog meer lessen te moeten leren. Ik stel dan ook weer voorwaarden. Christus heeft voor ons de gevangenis geopend, en we zijn dus vrij. Zouden er allemaal levenslessen in meerdere levens geleerd moeten worden dan zijn dit dus criteria en voorwaarden. Als dat zo is dan is de bevrijding door Christus geen bevrijding geweest. De deur van de gevangenis staat open, maar je mag er alleen doorheen als je dit, dat, en nog veel meer, allemaal hebt meegemaakt, desnoods in meerdere levens. Dit klopt natuurlijk niet, want dit is geen bevrijding, en ook geen vrijheid, en zeker niet een liefde volle daad die ons gegeven is. Maar we zijn wel vrij! We hoeven dit alleen te aanvaarden.

