Uit SpiritueelChristen

contacts
contacts

Inhoud

Door welke stem laat ik mij leiden?

Eén van de opmerkelijke verschijnselen van onze tijd is dat steeds meer mensen in zichzelf een innerlijke stem gewaar worden die zij hun ‘gids’, hun ‘engel’ of ‘God’ noemen.

Het is een waardevolle en noodzakelijke ontwikkeling dat de mensheid zich steeds meer naar binnen keert om gevoelig te worden voor de innerlijke stem van God of van de engelenwereld. Immers: steeds meer mogen wij afscheid leren nemen van geestelijk gezag buiten ons dat voor ons wil bepalen wat waarheid is en wat niet; we mogen onze blik vooral naar binnen richten om daar op te delven wat voor ons waarheid is. Zolang we dat niet doen, is ons weten geen ‘bezield’ weten.

Er is allereerst moed voor nodig om dit proces van verinnerlijking aan te gaan. Ik kan me dan namelijk niet meer verschuilen achter wat mij door mijn geestelijke leraren is verteld of wat bepaalde geestelijke geschriften mij bijvoorbeeld te zeggen hebben, maar mag gaandeweg leren vertrouwen op wat mij zelf van binnenuit te verstaan wordt gegeven.

Dat kan soms betekenen dat ik de kudde waarin ik mij al jaren begeef, achter mij moet laten. Immers: een kudde biedt dikwijls een gevoel van veilige beschutting, maar tegelijk kan deze mij het zicht ontnemen en wordt mijn blikveld door die kudde beperkt. Voor alle duidelijkheid: dit hoeft natuurlijk niet zo te zijn, want de ene kudde is de andere niet. In de ene kudde lopen de mensen elkaar meer voor de voeten dan in de andere. En in de ene kudde ervaren mensen meer individuele vrijheid dan in de andere. Ik denk evenwel dat die geestelijke vrijheid, overal waar mensen met elkaar samenwerken of met elkaar samen komen, essentieel is. Overal waar die vrijheid ontbreekt, ontstaat een sfeer van beperking, beklemming en onderdrukking.

Die vrijheid betekent onder andere dat ieder individu op geheel eigen wijze mag leren kijken naar God. In mijn boekje ‘Vrede met jezelf’ heb ik dit als volgt verwoord:

Geen gesneden beeld[1]

God wil dat wij op onze eigen, unieke en vrije manier leren kijken naar de wereld, naar onszelf en de mensen om ons heen. Maar Hij wil óók dat wij vanuit diezelfde vrijheid naar Hem leren kijken. Zolang wij die vrijheid niet aanvaarden, zullen wij nooit het beeld worden dat Hij van ons heeft. Mensen gunnen elkaar die vrijheid dikwijls niet en bestrijden elkaar met woorden, dreigementen of oorlogen. Zij voeren niet de strijd van God, maar de strijd van het ego. Hun geloofsstrijd wordt dikwijls aangevoerd door angst omdat ze bang zijn hun zelfgecreëerde houvast te verliezen. Zij maken een gesneden beeld van God, een godsbeeld dat zij aan andere mensen voorschrijven. Maar God wil niet dat wij een gesneden beeld van Hem maken. Hij wil niet dat wij dat beeld voor de ander bepalen. De vrijheid van kijken hoort bij het unieke van de mens en bij de schepping van God. Ik heb niet het recht de ander te laten geloven wat ik geloof. Ik mag mijzelf en mijn visie niet opdringen aan andere mensen. Ik mag het slechts in kwetsbaarheid delen met anderen, in de hoop dat ik het licht van de ander met mijn licht een beetje mag versterken. Er is geen absolute waarheid die door de mens afgebakend kan worden. Er is alleen perceptie, dat wil zeggen: het unieke vermogen van ieder mens om de werkelijkheid op zijn of haar eigen manier te aanschouwen en te beleven.

We mogen allemaal op onze eigen manier naar God leren kijken, maar we mogen ook leren om vanbinnen naar Hem te luisteren. Dat is op zich niets nieuws, want Jezus wees ons hier al op door ons de ‘Geest der waarheid’ te beloven. Hij moedigde ons daarmee aan om de weg van verinnerlijking te gaan, waarbij wij stap voor stap mogen leren de blik naar binnen te richten om vooral daar, in de binnenkamer van ons hart, de stem van God of van Zijn geestelijke wereld te vernemen. Gaandeweg dat proces van verinnerlijking zullen mensen steeds meer contact krijgen met hun eigen binnenwereld, met Gods Geest en met de geestelijke wereld die hen omgeeft. Dat is overigens op zich niet nieuw: ook in de bijbel staan talloze voorbeelden waarin ‘God tot de mens spreekt.’

Zo werd mij bijvoorbeeld op een gegeven moment vanbinnen te verstaan gegeven dat het bewustzijn waarmee wij Christus waarnemen, doorslaggevend is voor de waarde die Hij voor ons heeft. Zien we Christus nog als die verre zoon van God die voor ons onbenaderbaar is, dan zal Hij dat voor ons zijn. Zien we Hem als broeder naast ons of als universele Geest van liefde in ons, dan zal Hij het zijn. Ervaren we Hem als een Christusbewustzijn dat ons reinigt van al het oude dat wij nog in ons meedragen en dat nog tussen God en ons in staat, dan zal Hij dit voor ons zijn. Daar komt nog bij, dat er een groot verschil is tussen uiterlijk belijden en dit ten diepste (dus: bezield, gerijpt en van zuivere liefde, zelfkennis en ware deemoed doortrokken) ervaren. Hiermee ontneemt Christus ons niet onze verantwoordelijkheid en evenmin de levenservaringen die we mogen op doen. Sterker nog: hierin ligt een grote verantwoordelijkheid en een grote – volwassen - vrijheid besloten. We worden immers ook geroepen om die vrede van Christus door te geven aan anderen zodat Zijn Geest van liefde werkzaam in ons wordt. En daarom is het zo waardevol dat we elkaar die vrijheid gunnen en dat we elkaar voortdurend aanmoedigen om steeds verder en dieper te gaan kijken.

De vrede van Christus is zoiets heiligs en groots en wat die vrede vanbinnen met ons doet, is zó persoonlijk en uniek, dat we hier alleen maar met de grootste zorgvuldigheid onze eigen (en altijd beperkte) woorden aan kunnen geven.

Zoals dat echter voor ieder waardevol groeiproces geldt, gaat ook dit proces gepaard met het actief worden van allerlei tegenkrachten, zowel in ons als buiten onszelf. Overal waar het licht geboren wordt, daar komen ook die donkere krachten tot leven om dit belangrijke proces tegen te werken. Deze tegenkrachten kunnen uit verschillende invloeden bestaan.

De eigen ego-krachten

Allereerst zijn er mijn eigen ego-krachten waarmee ik rekening moet houden. Ik moet leren om de stem van mijn eigen ego te onderscheiden van de stem die ik ‘God’, de ‘Christus in mij’ of ‘mijn gids’ noem.

Zoals we onze ego-krachten in ons dagelijks leven mogen leren beteugelen, zo zullen we de stem van het ego ook moeten leren herkennen als wij onszelf van binnenuit door God willen laten leiden. Ik moet eerst zelf zwijgen, voordat ik de zachte stem van God kan horen. Met andere woorden: wie nog teveel van zichzelf vervuld is, loopt het risico om niet door God, maar door de beperkingen van het ego geleid te worden.

Onze ego-krachten kunnen ontmaskerd worden door zelfkennis: wie zichzelf kent en werkelijk oog heeft voor zowel de lichte als de donkere kanten van zichzelf, die is in staat om de stem van het ego te doorzien. Wie zichzelf niet of onvoldoende kent, loopt het gevaar om door het ego beheerst te worden. Dan gebeurt het in onszelf dat de blinde de blinde gaat leiden.

Pas wanneer wij tot zelfkennis gekomen zijn, kunnen wij ziende worden. En pas dan zijn wij ook in staat om die subtiele stem van de Geest te horen. Het kennen van jezelf omvat dus ook (en vooral!) inzicht in onze eigen psychische patronen.

Onbewuste psychische patronen

Om verschillende redenen kan ik verlangen naar een stem die mij leidt. Het is belangrijk dat ik deze (dikwijls aanvankelijk verborgen) redenen van mijzelf ken. Zolang wij onszelf niet centraal stellen, maar ons overgeven aan God en alleen het goede, ware en zuivere willen, dan kunnen wij ons oor met een gerust hart te luister leggen bij ons hart, van waaruit de Geest tot ons wil spreken. Als de ware reden is dat ik ernaar verlang Gods wil te leren kennen en dat ik in alle oprechtheid bereid ben – zoveel er in mijn vermogen ligt – om Zijn wil te doen, dan heb ik niet zoveel te vrezen. Als ik de liefde voor God, voor de naasten en mijzelf probeer centraal te stellen, zit ik op het goede spoor. De liefde werpt immers altijd een helder licht op mijn binnenwereld. Vanuit de Geest van liefde kan ik de dingen van het leven beter begrijpen en doorzien. Maar onbewuste psychische patronen kunnen dus de verborgen drijfveren achter mijn verlangen zijn. Ik noem er een paar die nogal eens voorkomen:

Het ontvluchten van de aardse werkelijkheid

Ik misbruik mijn spiritualiteit op het moment dat ik het als vlucht uit de aardse werkelijkheid ga gebruiken. Dan verlies ik mijn gezonde aarding; misschien door mijn aardse problemen op een hemelse manier op te willen lossen, misschien door mijn menselijke problemen niet of onvoldoende onder ogen te zien en op een spirituele berg te gaan zitten. In die gevallen verlies ik mijn gezonde, vitale kracht.

Het ontvluchten van de eigen verantwoordelijkheid

Ook mijn eigen verantwoordelijkheid zal ik onder ogen moeten blijven zien. Ware spiritualiteit zal ons nooit onze verantwoordelijkheid (en daarmee onze vrijheid!) afnemen. We moeten zelf onze keuzes blijven maken en behouden onze vrije wil. Sommigen mensen die een weg menen te hebben gevonden waarlangs zij informatie uit een hogere bron ontvangen, kunnen daarin doorslaan: alles wordt vanaf dat moment gevraagd aan de pendel, aan de tarotkaarten, aan een spiertest of aan wat voor orakel buiten hen dan ook. Dat kan ook een medium zijn die voor alle wissewasjes geraadpleegd wordt. De vrije wil wordt op die manier uit handen gegeven en mensen laten zich dan blindelings leiden door iets of iemand buiten hen. Zij verliezen daarmee hun eigen vrije wil en hun eigen verantwoordelijkheid.

Minderwaardigheidsgevoelens

Helaas komt het te vaak voor dat mensen kampen met ernstige minderwaardigheidsgevoelens door wonden die zij (meestal al in hun kinderjaren) hebben opgelopen. Als ik die gevoelens bij mijzelf niet onder ogen wil of kan zien, dan loop ik het gevaar dat zij mij vanuit het onbewuste gaan leiden of beheersen. Zo kan het gebeuren dat ik zo’n laag zelfbeeld ontwikkeld heb, dat ik mijzelf eigenlijk niets meer waard vind. Soms gebeurt het dan dat mensen vanuit die minderwaardigheidsgevoelens gaan verlangen naar contacten met de geestelijke wereld, in de vaste overtuiging dat ze een goed medium kunnen zijn. Dit kan tot desastreuze gevolgen leiden.[2]

Kortom: wie zijn of haar eigen zelfbeeld ontleent aan mediumschap, die loopt het grote gevaar in deze valkuil terecht te komen.

Hoogmoed en drang naar macht

Minderwaardigheidsgevoelens roepen dikwijls ook gevoelens van onmacht in ons wakker en kunnen soms snel omslaan in hoogmoed. Als ik mijzelf bijvoorbeeld niet bewust ben van mijn onmacht (en mij daar dus ook niet mee kan verzoenen), kan dit onbewust omslaan in machtsdrang en hoogmoed: ik schiet dan door in het andere uiterste.

Helaas komen mij nog steeds zo nu en dan verhalen ter ore van mensen die door ‘mediums’ (onder de vlag van de ‘aartsengel Michaël’, ‘moeder Maria’ of andere ‘Meesters’) met allerlei onzinnige en angstwekkende mededelingen worden opgezadeld en niet weten wat ze daarmee aan moeten. Ik druk hen dan op het hart dit met een grote korrel zout te nemen en vooral te luisteren naar hun eigen intuïtieve gevoelens. Hoe dan ook: we moeten voorzichtig omspringen met dit soort mededelingen. In de praktijk kom ik het nog steeds te vaak tegen dat mensen zich hierdoor angst laten aanjagen of bij zichzelf weg laten brengen.


Dit zijn zo een paar voorbeelden van psychische patronen die een rol kunnen spelen in zogenaamde doorgevingen van mensen.

De lage geestenwereld

In de contacten met de geestelijke wereld zijn er criteria die ons kunnen helpen om het kaf van het koren te scheiden. Immers: niet alle geesten die in contact komen met mensen, zijn per definitie zuiver. Er is behalve een wereld van licht, ook een wereld van duisternis waarin allerlei onbewuste, lage of zelfs boze geesten aan het werk zijn. Even een korte opsomming van enkele criteria die we in acht mogen nemen:

Respect voor de vrije wil

De goede geestenwereld heeft altijd het diepste respect voor de vrije wil van mensen. Waar die vrije ontwikkeling in mensen onder druk wordt gezet, is dikwijls sprake van een duistere inwerking. Gods geesten kunnen mensen vermanen, maar bemoedigen hen ook en laten hen in alle vrijheid bepaalde wegen zien, maar moedigen hen vooral aan om zelf tot inzicht en tot een bewuste keuze te komen.

Aan de vruchten herken je de boom

We moeten altijd de vruchten van doorgevingen (zowel van onszelf als van anderen) kritisch blijven toetsen en niets zomaar voor zoete koek aannemen. Wat is de daadwerkelijke uitwerking van een boodschap die binnenkomt? Met andere woorden: wat word je ervan? Voel je diep vanbinnen die bevestiging van de waarheid en kan je hart er ‘ja’ op zeggen of voel je intuïtief dat er iets niet goed zit? Het toetsen van de vruchten betekent ook dat je naar de uitwerking op de langere termijn moet kijken. Is deze positief of geeft dit een beklemming of een beperking van de vrije wil?

Gebruik je gezonde verstand en je intuïtie

Nuchterheid is een waardevolle kracht. Nuchterheid betekent niet dat ik mijn ogen sluit voor dingen die ik niet begrijpen kan. Nuchterheid moedigt mij aan om kritisch te blijven. Daarom mag ik mijn gezonde verstand ook blijven gebruiken als ik doorgevingen op hun waarde probeer te toetsen. Ik hoef mijn verstand niet opzij te zetten.

Ik kan ook teveel in het denken gaan zitten en het contact met mijn meer intuïtieve laag verliezen. Naast mijn gezonde verstand moet ik ook mijn intuïtie blijven gebruiken. Let ik goed op de signalen die ik vanbinnen ervaar? Ook al kan ik een onbestemd gevoel niet goed verklaren, tóch zal ik hier iets mee moeten doen. Wat heeft het mij te zeggen? Ik moet voortdurend bij mijzelf blijven.

De ‘Christustoets’

Als laatste wil ik nog een toetsingscriterium noemen die voor mij erg belangrijk is: de ‘Christustoets’. Mediumschap is niets nieuws en ook de bijbel staat vol met voorbeelden van contacten tussen mensen en de engelenwereld. Hoewel de meeste kerken dit uit het oog hebben verloren en dat een aantal van hen zelfs iedere vorm van mediamiek contact scherp veroordeelt, zijn er in de bijbel nog duidelijke sporen van terug te vinden. In die bijbel vinden we dus wel degelijk criteria die we in acht mogen nemen zodat we gevrijwaard worden van lage, duistere invloeden. Zo schrijft bijvoorbeeld Johannes in zijn eerste brief:

Geliefden, vertrouw niet iedere geest, maar beproeft de geesten of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uit gegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.[3]

Deze toets geldt met name wanneer er directe mededelingen vanuit de geestelijke wereld via een medium worden gesproken en er sprake is van een duidelijke wederzijdse communicatie. Maar ook in onszelf mogen we dit criterium hanteren zodra de geestelijke wereld zich aan ons openbaart. Naast de andere criteria kan deze toets ons de nodige zekerheid verschaffen. Dat dit ook in de bijbel terug te vinden is, wil zeggen dat het in de tijd van Johannes heel gebruikelijk was dat mensen contacten onderhielden met de geestelijke wereld, maar dat zij ook het gevaar liepen om verbinding te krijgen met de demonische wereld. Door de mensen deze toets in handen te geven, werden zij behoed voor demonische misleiding die ook in onze tijd overal op de loer ligt. Daarom mogen we leren heel kritisch en bewust met allerlei doorgevingen om te gaan in plaats van deze allemaal over één kam te scheren.

Doorgevingen: de oude en de nieuwe benadering

De zuivere en grote geestelijke leraren die ons zijn voorgegaan, wijzen ons in hun boodschap op de vrijheid en de uitdaging om zelf vanuit de Geest geleid te worden. Hun lessen zijn niets meer en niets minder dan een voorbereiding op wat zich in onszelf voltrekken mag. Zij wijzen ons er ook op, dat wij (en de generaties na ons) steeds verdergaande inzichten zullen kunnen krijgen en dat hun eigen boodschap niet heilig of zaligmakend is. In die context mag ik Jezus’ belofte van de Geest ook verstaan volgens mij.

Aangezien de mens een doorslaggevend proces van verinnerlijking moet doormaken, wordt er niet langer van ons gevraagd om ‘blind gehoorzaam’ te zijn. Ik denk dat de geestelijke wereld ons eerder langs de weg van ervaring en ondervinding aanspoort tot zelfinzicht en ons aanmoedigt tot een innerlijk weten door te dringen, dat hogere bewustzijn dat in onszelf geboren mag worden. In het licht van dat hogere bewustzijn dat in onszelf opengaat, verandert ook de autoriteit van de doorgevingen die van buitenaf tot ons komen. Het is veel waardevoller als ik van binnenuit tot een bepaald inzicht kom dan wanneer dit mij alleen maar van buitenaf verteld wordt. Dat kan alleen als het innerlijk weten in mij tot leven komt. Dat innerlijk weten ontwaakt door de liefde in ons hart.

Naarmate de Geest van Christus in ons hart openbloeit, zullen er vanuit dat innerlijk weten allerlei nieuwe inzichten in ons geboren worden. We worden ziende en gaan de geestelijke dingen dieper verstaan en doorvoelen. Die boeiende reis van opengaande vergezichten is zich in mensen aan het voltrekken. Dat we de ogen van ons hart wijd open mogen houden en mogen genieten van wat we tijdens deze reis te zien krijgen.


--Roelof Tichelaar




  1. Uit: ‘Vrede met jezelf’ door Roelof Tichelaar, uitgegeven door Ten Have, Kampen, ISBN 978-90-259-5796-4
  2. Voor meer informatie over mediums en contact met de geestelijke wereld verwijs ik graag naar mijn boek ‘Boodschappen uit de hemel – het medium en de contacten met de geestelijke wereld’, uitgegeven door Ten Have, Kampen, ISBN 90-259-5665-3
  3. 1 Johannes 4: 1 – 3