Uit SpiritueelChristen

contacts

Na twintig eeuwen christendom wordt de geestelijke wereld door de grote massa eigenlijk niet meer opgemerkt. Enerzijds speelt het ongeloof in die wereld een rol, anderzijds is het ook zo dat menselijke leerstellingen de plek van de geestenwereld hebben ingenomen.

Inhoud

Terug van weggeweest?

Zijn de engelen terug van weggeweest, nu we steeds vaker verhalen van mensen horen die een engel hebben opgemerkt? Ik ben er van overtuigd dat ze al die tijd al om ons heen waren.

Door het verlies van het geloof in die wereld en het steeds meer verstrikt raken in het aardse denken, heeft ons intuïtieve bewustzijn zich voor hen, Gods geestelijke boodschappers, afgesloten en zijn we hen als het ware vergeten. Het gangbare denken onder theologen kenmerkt zich onder andere door het ‘tot symbool verklaren van de engelen’; velen onder hen zien de engelen als tijdgebonden termen.

De geestelijke wereld van God stelt zich in dat opzicht heel bescheiden en terughoudend op; alleen wanneer wij hen bewust toelaten in ons bewustzijn, zal de werking die van Gods geesten uitgaat, steeds meer voelbaar voor ons worden. Zij dringen zich niet op; net zo min dat de liefde zich met geweld aan ons zou opdringen. En dat verraadt dan ook meteen de Geest van waaruit Gods geestenwereld leeft en werkt: de Geest van liefde. Mensen die getuigen van de ontmoeting met een engel, spreken ook dikwijls over het aangeraakt worden door een immense liefdeskracht.

De engelen in het Oude Testament

Engelen laten zich echter niet alleen opmerken door aan mensen te verschijnen. Ook in de subtiele, innerlijke aanraking van ons hart, de stille influistering van een inzicht of een krachtige, heldere gedachte die ons van binnenuit verlicht, een innerlijk beeld dat ons gegeven wordt of een droom die zoveel met ons doet: ook daarin wordt de werking van de engelen merkbaar.

In de Bijbel kunnen we tal van voorbeelden vinden. Zo wordt in het Bijbelboek Genesis het verhaal verteld van Jakob, die in een droom te zien kreeg dat er op aarde een ladder was opgericht waarlangs hij de engelen zag opstijgen en nederdalen[1]. Maar een engel sprak in de droom ook werkelijk tegen Jakob[2]. God sprak tot Mozes: ‘Breng het volk nu naar de plaats die ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan.[3]

En toen Elia de moed had opgegeven en wilde sterven, werd hij plotseling aangeraakt door een engel die hem aanmoedigde te eten en op reis te gaan[4].

Met name in de geschiedenis van Mozes zien we een regelmatig contact met de geestelijke wereld. In de tent der samenkomst kreeg Mozes de leiding vanuit de geestelijke wereld die hem in staat stelde zijn opdracht te vervullen:‘Telkens als Mozes de ontmoetingstent binnenging om met de HEER te spreken, hoorde hij een stem die tot hem sprak vanaf een plaats boven de verzoeningsplaat op de ark met de verbondstekst, tussen de twee cherubs. Zo sprak de HEER tot hem.’[5]

De inrichting van die tent had ook te maken met de energetische wetten die het contact met de geestenwereld mogelijk maakten. Want zoals er op aarde onveranderlijke natuurwetten zijn, zo zijn die er ook in geestelijke zin en dus ook op het gebied van het contact met de geestenwereld[6].


Zonder de leiding vanuit de engelenwereld zou Mozes er nooit in zijn geslaagd zijn missie te volbrengen. Zouden wij in onze tijd dan wél in staat zijn de weg door het aardse leven te vinden zonder de hulp van de engelen? Zijn wij zoveel wijzer dan Mozes dat wij het allemaal op eigen kracht en naar eigen inzicht kunnen? Of hebben de engelen zich van ons afgekeerd, kijkt God niet meer naar ons om? Ik ben er van overtuigd dat de sleutel in ons eigen bewustzijn ligt.

Ons bewustzijn zal zich weer actief voor die wereld moeten openen, willen we het bewustzijn van Gods geestenwereld ook daadwerkelijk in onszelf opmerken. Want wie de geestelijke wereld met aardse ogen en oren wil zien en horen, wie op zoek gaat naar uiterlijke bewijzen, zal met lege handen blijven staan. Pas nadat we zelf de moeite hebben genomen weer met onze innerlijke ogen en oren van de geest te gaan kijken, voelen en luisteren, zal die wereld zich weer aan ons kunnen openbaren. Uiteindelijk is het overigens niet aan ons, maar aan God of die wereld zich al dan niet openbaart. Wij kunnen slechts door onze innerlijke gerichtheid de voorwaarden hiertoe scheppen.

Die innerlijke gerichtheid bestaat onder andere uit het zoeken naar Gods wil in ons leven. Zouden we louter vanuit ons ego dat contact kunstmatig proberen te leggen, dan zou dat niet alleen zinloos, maar ook gevaarlijk zijn. Er zijn immers ook geestelijke wezens die niet van God komen: de geesten van de duisternis. Daarom moeten we onszelf altijd de vraag stellen of we dit contact verlangen uit eigenbelang of om hiermee een hoger doel te dienen. De ethische beweegreden achter ons verlangen is ook hier van doorslaggevende betekenis.

De gevolgen van de verbanning van Gods geestenwereld

Omdat Gods geestenwereld een waardevol werktuig in Gods handen is, zijn de gevolgen van het uitschakelen of buitensluiten van die wereld voorspelbaar: er treedt dwaling, versplintering en verschraling op. Je zou het zelfs een spirituele vergiftiging kunnen noemen omdat in een aantal opzichten de waarheid door de leugen wordt verdrongen. Zelfs in onze stoffelijke wereld komt dat tot uitdrukking: zodra het licht verdwijnt, neemt de duisternis ogenblikkelijk haar plaats in. Geestelijk vertaald zou je dus kunnen zeggen, dat zodra de engelen door ons worden verbannen, de demonische wereld haar plek onmiddellijk zal innemen.

De hogere geestelijke wereld put direct uit de hoogste bron, namelijk God. Uit Hem ontvangt zij de wijsheid om die in alle vrijheid aan ons door te geven. Het bijzondere is ook, dat de geestelijke wereld zich altijd aanpast aan de grenzen van het bevattingsvermogen van de mens tot wie zij zich richt. Haar boodschappen kenmerken zich door eenvoud, helderheid, troost, trefzekerheid, kracht, mildheid, liefde en waarheid.

Een andere Bijbelvertaling

In de gangbare vertalingen van het Nieuwe Testament is het contact tussen de geestenwereld en de mens op sommige plekken vervaagd. Ook daarin wordt zichtbaar dat boeken aan het noodlot van de vergankelijkheid zijn onderworpen. Niet alleen door de tand des tijds en de vele vertaalfouten die worden gemaakt, maar ook doordat een boek een statische, gestolde boodschap bevat die altijd opgesloten zit in de schil van de menselijke taal.

In de vertaling van het Nieuwe Testament door Johannes Greber komt de actieve verbinding tussen de mens en de geestenwereld veel duidelijker naar voren dan in andere vertalingen. Ik beweer niet dat deze vertaling honderd procent zuiver is; we moeten immers ook goed beseffen dat de Bijbel een samenstelling van boeken en brieven is, waarin de invloed van de mens vanaf het eerste uur meespreekt. Anders gezegd: de Bijbel bevat zowel goddelijke als menselijke waarheden.

De Korintiërs-brief en het contact met Gods geestenwereld

Zo is de inhoud van het twaalfde hoofdstuk van de eerste brief aan de Korintiërs een prachtig voorbeeld dat geheel is gewijd aan het contact met de geestenwereld en de gaven die daaruit voortvloeien. Hieronder de eerste elf verzen van dat hoofdstuk:

‘Over de omgang met geesten, broeders, wil ik jullie niet in het onzekere laten. Jullie weten dat je destijds, toen jullie nog heidenen waren, je met de slechte geesten uit de diepte in verbinding stelde, zo vaak jullie ertoe verleid werden. Daarom wil ik jullie een herkenningsteken geven waardoor je de geesten kunt onderscheiden: geen enkele geest die van God komt en door een medium spreekt, noemt Jezus een vervloekte. En geen enkele geest kan Jezus als zijn Heer aanduiden als hij niet tot de heilige geesten behoort. De geestelijke genadegaven komen in grote verscheidenheid voor. Maar het is dezelfde geestenwereld van God door wie ze toegekend worden. Ook zijn er vele vormen van dienstverlening in de christelijke gemeente, maar ook hier is het dezelfde Heer die ze toebedeelt. Verder zijn er vele vormen van geestelijke kracht, maar het is dezelfde God die in alles en bij allen als krachtbron in aanmerking komt. Elk medium krijgt zijn boodschappen van de goede geestenwereld uitsluitend voor het algemeen welzijn. Zo worden aan de een door de geestenwereld van God woorden van wijsheid geschonken; aan een ander de gave van inzicht door de werking van diezelfde geestenwereld; een ander het begrip van de geloofswaarheden door diezelfde geestenwereld; een ander genezende krachten door diezelfde geestenwereld; een ander de macht over boze geesten; een ander de gave om een medium te zijn dat spreekt in de moedertaal van de aanwezigen; een ander de gave dat hij de geesten kan onderscheiden; een ander de gave dat hij een medium is dat spreekt in vreemde talen; een ander de gave dat door hem vreemde talen in de moedertaal vertaald kunnen worden. Al deze gaven verschaft een en dezelfde geestenwereld, die voor een ieder de gave uitkiest waarvoor hij geschikt is en in de mate waarin de geestenwereld het voor juist houdt.’[7]

Eigenlijk hoef ik over de inhoud van deze verzen niet zoveel te zeggen, behalve dat de werking van de geestelijke wereld heel concreet benoemd wordt en dat we daarin ook de aanmoediging vinden ons bewustzijn weer – op kritische wijze! – voor die wereld open te stellen. Jezus beloofde ons de ‘geestenwereld van de waarheid’ die ons na zijn heengaan verder bij de hand zou nemen.

In bovenstaande Bijbeltekst komt de taakverdeling in de geestelijke wereld duidelijk naar voren. Het is de bedoeling dat die taakverdeling van de geesten (er zijn vele soorten geesten met ieder hun eigen taak of opdracht) naadloos aansluit bij de mens door wie zij heen mogen werken. Daarom moeten we ook innerlijk leren aanvoelen waar onze kracht ligt en waartoe we ons van binnenuit geroepen voelen.

Een valkuil kan zijn, dat we alleen maar op zoek gaan naar ‘bijzondere’ gaven, taken en opdrachten die opzien baren in de wereld of zelfs heel verheven worden gevonden. Ook in het kleine, alledaagse leven (waar het uiteindelijk om gaat!) leeft de engelenwereld met ons mee en mogen we allemaal, ieder voor zich, in vertrouwen doen waartoe we ons geroepen voelen. En heel subtiel mogen we gaandeweg steeds meer vertrouwd raken met de inwerking van de engelen door tijd te nemen voor stilte en gebed, maar ook door wérkelijk te geloven in hun aanwezigheid in ons leven. Want ons geloof is medebepalend of ze toegang tot ons hart kunnen krijgen of niet.

Engelenverering?

Ik noemde het al: de engelen stellen zich heel bescheiden op en zijn niet op zoek naar verering. De transparantie van de engelen wijst ons er juist op dat we voorbij hen mogen leren kijken. Ze wijzen ons op God, bemoedigen ons en staan ons bij op onze weg. Ze zijn dienaar en willen ons op die manier tot voorbeeld zijn. Die transparantie, waarin ze niet zelf het middelpunt van de belangstelling vormen, vormt ook voor ons een belangrijke levensopdracht, wát we ook doen.

Uiteindelijk gaat het om de aanwezigheid van de Christusgeest (of: de Geest, het Christusbewustzijn) in onszelf, die in toenemende mate door ons heen mag werken. En die werking wordt alleen mogelijk als we niet louter op onszelf zijn gericht, niet vanuit eigenbelang handelen en niet op de aandacht van andere mensen uit zijn. Een gezonde dosis nederigheid: dat is wat de engelen ons onder andere willen leren.

Gericht op zoek gaan?

Is het de bedoeling dat we het contact met de geestenwereld actief gaan opzoeken? Het antwoord op deze vraag kan ‘ja’ en ‘nee’ zijn. Gelooft u in God en doet u wat er in uw vermogen ligt om God te dienen en hebt u vrede met Hem en met uzelf gevonden? Bent u zich bewust van de innerlijke vrijheid die de Geest in uw hart u schenkt? Dan is het niet noodzakelijk om die verbinding actief te gaan zoeken. Maar zit u met levensvragen of andere geestelijke vraagstukken waar mensen u geen antwoord op kunnen geven, dan bestaat de mogelijkheid u te openen voor de antwoorden die u wellicht vanuit die onzichtbare wereld mogen toestromen.

Daarbij moeten we goed voor ogen houden dat onze eigenlijke drijfveer belangrijk is. Is onze motivatie zuiver en stellen we God centraal en zijn we écht bereid iets met de leiding vanuit de geestelijke wereld te doen, dan trekken we het zuivere naar ons toe. Ook onze houding is van groot belang: dat we het niet geforceerd najagen, want dat belemmert de energiestroom tussen ons en de geestelijke wereld.

Het is namelijk zo, dat een medium zijn of haar eigen energie afstaat aan de geestelijke wereld en dat die energie vervolgens door de geestelijke wereld gebruikt wordt om mededelingen te doen. Zij schenkt ons die energie vervolgens weer terug door de inzichten die ze ons geeft. Zo ontstaat er als het ware een kringloop die is gebaseerd op liefde. (De lage geestenwereld onttrekt ook energie aan mensen, maar die schenkt niets terug, die néémt alleen maar…)

Een krampachtige houding (die ontstaat onder andere als we iets té graag willen) zorgt ervoor dat de energiestroom stagneert. Vandaar dat de houding van overgave van groot belang is.

Als we dan op zoek naar antwoord de stilte in gaan, is het belangrijk dat we innerlijk leren luisteren. We moeten ons losmaken van de alledaagse drukte en aardse zaken die onze aandacht opslokken.

Als voorbereiding kunnen we ervoor kiezen een geestelijke tekst te lezen en geestelijke muziek te beluisteren, waardoor onze aandacht op het hogere wordt gericht. En door de stilte in te leiden met gebed, kunnen we ons direct tot God richten. Aan Hem mogen we overlaten of de geestelijke wereld tot ons komt of niet en wat ons dan eventueel geschonken wordt. Krampachtige verwachting verstoort de energie en zal er juist voor zorgen dat zij niet tot ons door zullen kunnen dringen. We moeten opmerkzaam zijn op de signalen die binnen kunnen komen. Heel praktisch is het om pen en papier klaar te leggen, zodat iedere indruk meteen kan worden opgeschreven. Zo’n indruk kan een met kracht ingegeven gedachte zijn of een beeld. Het kunnen ook hele zinnen zijn die binnenstromen. Het is belangrijk hier niet meteen met het denken bovenop te springen om het te willen doorgronden. Dan worden onze intuïtieve vermogens overschaduwd door het verstand, wat de verbinding juist zal verstoren.

Naderhand is het wel belangrijk de vruchten te toetsen. In het begin kan het zijn dat er slechts fragmenten van inzichten of woorden binnenkomen. Daarom moeten we ook geduld hebben en de geestelijke wereld de kans geven aan ons te werken. Want zodra we ons met een zuivere gezindheid openstellen voor die wereld, gaan ze al met ons aan het werk. (Overigens: onze krampachtige wil kan ook tot uitdrukking komen door dit dagelijks te doen. Enkele keren per week is meer dan voldoende…)

Komen er duidelijke inzichten of boodschappen binnen, dan is het goed om de toets van zuiverheid toe te passen die Paulus in het bovenstaande deel van het twaalfde hoofdstuk van de Korintiërs-brief aanbeveelt. Maar ook inhoudelijk moeten we kijken of die boodschap ons verrijkt en dat we er geestelijke vrijheid en ruimte bij blijven voelen.

Wordt ons die vrijheid ontnomen, dan moeten we ingrijpen, want Gods geestenwereld zal het hoogste goed van de mens, namelijk de vrije wil, nooit afnemen. Zowel intuïtief als verstandelijk moeten we kritisch blijven om misleiding te voorkomen. De antwoorden die kloppen, zullen dan ook meestal door het hart bevestigd worden. Want inzichten, waar ze ook vandaan komen, worden pas écht waardevol wanneer ons hart er ‘ja’ op zegt.

Ik denk dat wanneer we op deze manier in alle openheid tot God richten, we onze innerlijke deur voorzichtig zullen openen voor de geestelijke wereld die bij ons aanklopt. Want het moet voor de goede geesten van God pijnlijk zijn om telkens weer voor gesloten deuren te komen staan.


--Roelof Tichelaar



  1. Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen. (Genesis 28:12)
  2. Ik werd in die droom aangesproken door een engel van God. “Jakob,” zei hij, en ik antwoordde: “Ik luister.” (Genesis 31:11)
  3. Exodus 32:34
  4. Hij viel onder de bremstruik in slaap, maar er kwam een engel, die hem aanraakte en zei: ‘Word wakker en eet wat.’ (1 Koningen 19:5)
  5. Numeri 7:89
  6. Een uitvoerige beschrijving van die wetten is de vinden in ‘Omgang met Gods geestenwereld’, door Johannes Greber, uitgegeven door Uitgeverij Synthese, ISBN 90-627-1535-4
  7. 1 Korinthe 12: 1-11, NT-Greber, uitgegeven door Sir Koolhof, Stichting Inima, Hoogeveen, zie: www.inima.nl