Uit SpiritueelChristen

contacts

Er kwam eens een jonge man bij Jezus met de vraag wat hij moest doen om het eeuwig leven te krijgen[1]. Dit is niet alleen een vraag van deze jonge man, maar een vraag die veel mensen stellen. Wat is het eeuwige leven en moeten we er iets voor doen?

Inhoud

Eeuwig leven

God schiep ons zodat wij leven. Dit deed Hij in een geestelijke wereld lang voordat we hier op aarde geboren werden. God is er altijd al geweest en behalve Hem was er niets. Hij kon ons dus alleen maken vanuit een deel van Hemzelf. Wij zijn geheel uit Hem en door Hem geschapen. We hebben onze geest, ons bewustzijn, van Hem gekregen. Hierdoor is binnen onze geest nog steeds een verbinding met Hem aanwezig. Omdat er ook buiten Hem niets bestaat, heeft Hij ons ook in Hem geschapen en maken we, in deze geestelijke wereld, dus deel uit van Hem, zoals ook Hij een deel van onze geest is.

Beide verbindingen met Hem hebben echter nog een kanaal nodig om mogelijk te zijn. Ons bewustzijn is niet Gods bewustzijn en de geestelijke wereld waar we leefden is ook niet hetzelfde als leven in God. God heeft er voor gekozen om in deze geestelijke wereld aanwezig te zijn via één geschapen geestelijk wezen, die Hij dus met zijn Licht gezalfd heeft. Dit is Christus. Christus is daarmee deze verbinding, de deur, van ons met God en van God met ons. God manifesteert zich door Christus in de geestelijke wereld. Dit is niet alleen de geestelijke wereld buiten ons, maar ook onze eigen geestelijke binnenwereld. Ook in ons innerlijk manifesteert God zich door Christus heen. Ook de innige verbinding van ons bewustzijn met God gaat via Christus. Dit wordt bedoeld als men het heeft over Christus die in ons hart is. Deze verbinding wordt ook wel de Heilige Geest of het Christusbewustzijn genoemd en is dus onze levenslijn met God.

Beide verbindingen zijn in wezen precies hetzelfde. Iemand die Christus in zijn hart heeft, staat in verbinding met God en is daarmee ook in Christus. Iemand die in de hemel is, heeft de hemel in zich. Ze zijn één.

Het leven dat we toen gekregen hebben, bestaat alleen door de innerlijke verbinding met de bron van het leven, en dat is God. God heeft aan dit leven geen einde gesteld en het is dus zo iets als eeuwig. Dit klopt niet helemaal omdat alleen God eeuwig is. Hij kan ook besluiten, wat Hij vanuit Zijn immense liefde niet zal doen, om ons leven niet eeuwig te laten zijn. Daarnaast kunnen ook wij besluiten het geestelijk leven uit ons te verstoten. Als we dit doen verstoten we dus de Heilige Geest uit ons en verliezen de verbinding door Christus met God. Dit heet de geestelijke dood.

Helaas hebben wij dit echter ooit wel gedaan. Wij hebben ooit, voordat de materiële schepping bestond, Christus in ons afgewezen. De materiële schepping is gemaakt om ons een weg terug te geven om weer tot God te komen. Dus terug naar het eeuwige leven, en op dit leven doelde de jonge man.

Het beërven

De jonge man vraagt aan Jezus wat hij moest doen om dit te kunnen bereiken. Dit is in wezen een rare vraag omdat hij er vanuit gaat dat hij aan een voorwaarde moet voldoen. De geestelijke dood treedt in als de innerlijke verbinding met God door Christus heen afgewezen worden. Het geestelijke leven wordt dus hersteld als deze verbinding weer aanvaard wordt. De jonge man gaat er echter vanuit dat hij er aan moet werken, dat hij wat moet doen, en dat hij dus het eeuwige leven kan verdienen en na zijn dood dus kan beërven. De vraag is raar omdat een mens met alles wat hij kan doen, geen controle heeft op de verbinding met God. Het idee van de jonge man om iets te moeten doen voor het eeuwige leven is geen ongewoon idee. Wij moeten voor alles wat we in ons leven willen hebben of willen bereiken, moeite doen en er aan werken. Dus waarom het eeuwige leven niet? We kunnen dit proberen te doen door aan regels, dogma’s en geboden te voldoen, zoals de jonge man ook vertelde. Maar hoe kan je iets verdienen dat gratis is?

Bevrijding

Toen Christus als mens op aarde kwam, heeft hij met zijn sterven aan het kruis er voor gezorgd dat de terugweg open kwam te liggen. Hierdoor was het mogelijk om door Christus weer met God herenigd te worden. Christus stierf aan het kruis en bevocht onze vrijheid. Dit is een geschenk dat we gekregen hebben. We hebben gratis gratie gekregen. Dit is de genade die God ons gegeven heeft voor het verstoten van Christus uit ons. Om terug te komen is alleen het aanvaarden van dit geschenk nodig. Dit aanvaarden omvat het accepteren van de bevrijding uit de geestelijke dood, en dus de verbinding met God via Christus.

Om toch weer terug te komen op het doen: Hoe doe je dat, het aanvaarden van dit geschenk? Hoe accepteer je Christus in je hart? Omdat Christus ongeveer tweeduizend jaar geleden ons de vrijheid al gegeven heeft, zijn we nu dus ook vrij. We beseffen het misschien alleen nog niet. En doordat we niet beseffen dat we vrij van de geestelijke dood zijn, hebben we dus ook niet door dat de verbinding met Christus al hersteld is. Hoe kan je een geschenk aanvaarden dat je al ontvangen hebt? Dit gaat niet. Accepteren dat Christus al in ons hart leeft, is gelijk aan het accepteren dat we nu vrij zijn van de geestelijke dood. Christus is al in je. Je hebt het eeuwige leven al. Als dit je waarheid is, dan is het ook echt waar, want hiermee heb je Christus ook echt aanvaard. Dit is het geloof en een bewustzijnssprong.

Vergeving en los laten

Om één of andere reden is dit voor veel mensen te makkelijk. Ze houden vast aan het idee dat ze schuldig zijn, dat ze niet goed genoeg zijn of nog niet voldoen. Ze houden er aan vast dat ze er voor moeten werken om te mogen voldoen. Maar vergeving houdt in dat het gratis is. Je hoeft er niets voor te doen. God heeft ons zo enorm lief dat Hij er niets voor terug wil hebben, dan dat wij tot Hem terug willen keren, zonder voorwaarden. En het eeuwige leven begint dan ook nu.

Maar als het eeuwige leven er nu al is, betekent dit dus ook dat de hemel er nu al is. De hemel in ons en buiten ons. Helaas merken we daar niet veel van, althans ik niet. Dit komt omdat we mensen zijn. Mensen zijn imperfect. Iedereen heeft te maken met zijn goede kanten maar ook met zijn zwakheden en mislukkingen. Ook al heb je Christus aanvaard, je blijft dezelfde persoon en bent geen engel. Maar omdat het koninkrijk van God al in je is, doen ook de zwakheden en schaduwzijden er niet meer toe, ook die zijn je vergeven. Dus je hoeft je er ook niet meer aan vast te houden. Vanaf dit moment is je leven gefundeerd op een stevige rots en is het mogelijk om onze schaduwzijden eens in het licht te zetten, en los te laten. Zoals de jonge man zijn rijkdommen los mocht laten. En dat hoeven we niet alleen te doen.

Begeleiding

Het aanvaarden van Christus is een bescheiden en open houding. Je staat open voor Zijn deel in jouw leven. Door deze bereidheid om te willen aanvaarden, is er ook een bereidheid om, op de weg die je met Hem mag gaan, hulp te ontvangen. Deze ontvankelijke houding is bij het krijgen van hulp erg belangrijk. Weten we zelf wel hoe ons leven gaat en zijn we vol van onszelf dan luisteren we toch niet naar Zijn adviezen. We houden dan vast aan onze schijnzekerheden. Zijn we echter wel bereid hulp te krijgen dan worden we in dit groeiproces door Hem intensief begeleid. En dat is wel te merken. Dit wil overigens niet zeggen dat het allemaal van een leien dakje zal gaan. We blijven imperfecte mensen in een imperfecte wereld maar mogen wel beseffen dat we uitgenodigd zijn voor ons bruiloftsfeest[2] met Christus. Als we dit echt willen en ons bruiloftskleding aangetrokken hebben, zijn we veranderd. Een hereniging die we na ons aardse sterven volledig bewust zullen zijn.


--René




  1. Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ (Marcus 10:17)
  2. Het koninklijke bruiloftsmaal (Matteüs 22:1-14)