Uit SpiritueelChristen
Op het moment dat we iets niet helemaal zeker weten, kunnen we toch denken dat het waar is. We geloven dan dat het waar is. Hierdoor wordt ‘geloven’ vaak gebruikt als een ander woord voor ‘niet zeker weten’, en is daarmee dus het tegenovergestelde daarvan. Maar geloven betekent eigenlijk ‘vertrouwen hebben op’. Dus als we iets niet zeker weten, vertrouwen we er op dat het toch misschien waar is.
Inhoud |
Verstandelijk of innerlijk geloof
Dit vertrouwen kunnen we hebben als het over het waarheidsgehalte van feiten en wetenswaardigheden gaat. Dan is het geloven gekoppeld aan onze verstandelijke twijfels over deze zaken. Maar ook bij meer innerlijke zaken hebben we het over geloven. We kunnen n.l. in elkaar geloven en dus op elkaar vertrouwen. Als twee bergbeklimmers met touwen aan elkaar gebonden een berg beklimmen, moeten ze voor elkaars veiligheid op elkaar vertrouwen. De bergbeklimmers geloven in elkaar om deze moeilijke tocht te kunnen volbrengen. Dit geloof kunnen we voelen terwijl we bij het verstandelijk geloof meer bezig zijn met denken. Het vertrouwen op iemand is gebaseerd op de liefde die we voor iemand hebben. Dit innerlijke geloof is dan ook het vertrouwen dat we in God kunnen hebben.
Geloof zonder onderbouwing
Ons geloof in God kan zich dus richten op de buitenwereld die we met ons verstand willen bevatten. Dit geloof gaat dan over feiten en kennis. Met dit verstandelijk geloof vertrouwen we dat het waar is. Maar als het geloof in God een vertrouwen op Hem is, staat het niet buiten ons maar is een deel van ons. Dit innerlijke geloof is levendig, terwijl het geloof dat alleen gebaseerd is op het denken en verstandelijk begrijpen erg beperkend werkt. Ons verstand is namelijk nogal beperkt.
Omdat ikzelf nogal een denker ben, werd me dit in een droom eens duidelijk gemaakt.
“Ik sta in een kamer van ons huis. Onder het raam in deze kamer zitten panelen en achter deze panelen zit een balk die het witte raamkozijn ondersteunt. De balk is grijs en rot. Dit moet zo snel mogelijk gerepareerd worden. Doordat de rotte balk geen steun geeft, blijft het witte raamkozijn nog net op zijn plaats hangen maar dit is zeer zwak. Het kan er zo uitvallen als je er tegenaan leunt. Dit moet vervangen worden door een wit kunststof kozijn dat niet kan rotten. Bij het kunststof kozijn is geen onderbalk. Omdat het om ons huis gaat moet ik het mijn vrouw vertellen en laat haar van buiten het raam zien en wat er mis is.”
Het witte raamkozijn staat voor het geloof. Het geloof is voor ons een houvast om de wereld in kijken; een raamwerk. Het geloof wordt echter onderbouwd door een grijze blak. Grijs is een kleur die voor mij duidt op het menselijke. Dit geloof wordt dus onderbouwd met menselijke theorieën en verklaringen. Die zijn echter niet kloppend en daardoor rot. Het geloof moet vervangen worden door een ander geloof dat niet gebaseerd is op menselijke verklaringen en van zichzelf niet kan rotten. Een geloof dat geen onderbouwingen nodig heeft.
Bij het geloof gaat het niet om het verstandelijk kunnen begrijpen en weten hoe het zit, maar om het vertrouwen op God. Ook omdat we het gewoon nooit helemaal kunnen begrijpen. Juist als we ons geloof moeten onderbouwen met verklaringen hebben we een houding van wantrouwen in plaats van vertrouwen.
Het innerlijke contact
Het vervelende nu is dat wij als mens onze omgeving waarnemen via onze zintuigen en o.a. daardoor leven ten opzichte van deze omgeving. We zijn dus nogal naar buiten gericht. Via bewijzen proberen we elkaar te overtuigen van ons idee van de waarheid, en richten ons dus naar de anderen buiten ons. Hoewel ook God buiten ons bestaat, zullen we Hem met onze zintuigen en meetinstrumenten nooit daar waarnemen. Maar God is ook binnen ons en daar kunnen we Hem wel ervaren. Omdat dit een innerlijk waarnemen en voelen is, is het ook gelijk heel persoonlijk. Van die persoonlijke ervaring kunnen we anderen echter nooit overtuigen. Deze beperking is moeilijk te accepteren voor een zintuiglijk en naar buiten gericht wezen als de mens. Het ervaren van muziek kunnen we ook nooit volledig in woorden uitdrukken en iedereen zal muziek dus zelf moeten ervaren om deze volledig te kunnen beleven. Dit geldt ook voor ons innerlijke contact met God. Iedereen mag dit persoonlijk ervaren.
De liefde als basis
God is de bron van de liefde en via de liefde die we kunnen geven, kunnen we iets van Hem waarnemen. Het ervaren van de liefde die we kunnen geven aan de mensen om ons heen en de wereld waarin we leven, is het contact dat we met Hem hebben. Als we ons in ons doen en laten baseren op de liefde, vertrouwen we dus daarop en is een klein beetje van God in ons tot bloei gekomen. Het contact met Hem is dan hechter geworden. We geloven daarmee in God omdat Hij de Liefde is en we in de liefde geloven. De liefde is de basis van het geloof.
Het innerlijke contact met de Liefde kan groeien doordat wij aanvaarden dat we dit contact kunnen hebben. Het gaat daarbij dus vooral om het aanvaarden van de mogelijkheid en dus om het open staan voor Hem. Het gaat er niet om, om iets te doen want dan gaan we juist weer met ons verstand de zaken regelen en verklaren. Het open staan voor Zijn contact en leiding is een houding van vertrouwen op Hem en dus geloof in Hem. En deze houding heeft dus niets te maken met het verstandelijk geloven in het feitelijke bestaan van God.
Onze twijfels
We blijven echter altijd gewoon mensen en die twijfelen heel veel. Als we dat ons maar realiseren, is het geen probleem. Als we twijfelen en op zoek zijn naar zekerheid zijn we echter juist met ons verstand bezig om houvast te krijgen. Maar ons verstand is zo beperkt. Op het vlak van onze zekerheden kunnen we ons zelfs afvragen hoeveel we daarvan nu ook echt zeker weten. De mensheid heeft zeer veel kennis over het leven en het bestaan vergaart. Er is echter geen mens die al deze kennis helemaal zelf bezit. Elk mens moet daarmee dus vertrouwen op de kennis en kunde van andere mensen. Het idee dat we door middel van het verstand het bestaan leren begrijpen en dat dit ons zekerheid geeft, is dan ook vooral een illusie. We kunnen zelf nooit alles begrijpen of bevatten. Wat we niet begrijpen, weten we dus niet zeker en moeten we voor waar aannemen. Een kwestie van geloven dus. Het verstandelijk geloven is door onze beperkingen doorspekt met twijfel en dus zwak.
Een zekere basis
Geloven we in God, dan zullen we langzaam maar zeker steeds meer doordrongen raken van het besef dat dit een zekere basis is. Juist doordat we verstandelijk zo twijfelen is het innerlijke geloof op God de echte zekerheid. De liefde is een zekere basis. Dit geloof kunnen we daardoor ook vergelijken met het geloof in die partner waarmee we de bergen in trekken. We hoeven niet alles van die partner noch van de weg door de bergen te weten om op Hem te kunnen vertrouwen tijdens de tocht. Juist doordat we niet alles al weten en kunnen begrijpen, is de tocht vol vertrouwen zo interessant. Als dit vertrouwen groeit en we dus open staan voor de mogelijkheid van Zijn hulp, zal Hij ook steeds meer een werkelijke aanwezigheid in ons leven zijn. Door de open houding, die het geloof is, aanvaarden we dat Hij in ons is. Dus als een geloof dat onbevooroordeeld is als het vertrouwen van een kind. Ons twijfelachtige geloof vormt zich om in een innerlijk weten zonder bewijzen.

