Uit SpiritueelChristen
Uit: ‘Ervaringen van een hedendaagse exorcist’, door Roelof Tichelaar, uitgegeven door Ten Have, Kampen, ISBN 978-90-259-58442.
In dit artikel laat ik een cliënte, die na een lange strijd verlost is van negatieve, bovennatuurlijk krachten, zelf aan het woord. Hieronder vertelt zij haar verhaal.
Als klein meisje had ik vaak angstige dromen. Althans, zo legden mijn ouders dat uit, want zo leek het. Het werd steeds erger, en ik werd steeds angstiger. Na verloop van tijd durfde ik niet meer van zolder naar beneden te gaan, mijn benen weigerden en ik trilde over mijn hele lijf. Mijn stem was weg dus roepen of schreeuwen had ook geen zin. Er was dan ‘iets’ op mijn kamer dat me de stuipen op het lijf joeg. Op school was ik vaak zó moe dat ik mijn aandacht er nauwelijks bij kon houden en me niet goed kon concentreren. Het enige dat me ’s nachts weer in slaap kon krijgen was, trillend met mijn ogen stijf dicht, bidden tot God. Alles buitensluiten. Dan werd ik uiteindelijk rustig en viel huilend in slaap. Bidden was dan ook iets dat ik vaak deed. Dan kreeg ik na een tijdje rust en had ik het gevoel dat er toch nog iemand naar me luisterde. Er waren perioden dat het ’s nachts rustiger was. Waarom wist ik niet. Ik begreep sowieso niet wat me overkwam. Toen ik een jaar of negen was, is het me een keer gelukt om naar beneden te rennen na weer een angstige ervaring op mijn kamer. Mijn vader keek naar de film ‘The Exorcist’ waar op dat moment een meisje boven haar bed zweefde. Nadat ik een paar vragen stelde, vertelde mijn vader dat als je met verkeerde dingen bezig bent, dit met je kan gebeuren. Een waarschuwing leek het, maar voor mij was het herkenning en een sterke voedingsbodem voor angst. Er was dus blijkbaar echt iets goed mis met mij, anders zou me dit dus niet overkomen! Ik heb die nacht niet geslapen. Er over praten durfde ik niet. Het was immers duidelijk?!
Jaren later verhuisden we omdat mijn vader een andere baan kreeg, maar er veranderde niets.
Toen ik een paar jaar later een verdieping lager een kamer kreeg, hoopte ik dat ik nu wel aan de bel kon trekken. De kamer van mijn ouders was nu vlakbij. Maar toen ik dat een keer deed, had het geen enkele zin. Mijn ouders zagen niks en dus was er niks. Ik had vast weer gedroomd.
Hoe rot kun je je voelen als je niets kunt bewijzen en niemand je gelooft?
Het maakt je machteloos en steeds onzekerder. Wat deed ik fout? Ik twijfelde steeds meer aan mezelf, in alles. Ik was heel erg bang.
Op mijn zeventiende heb ik me werkelijk suf gebeden. Ik voelde me zo eenzaam en verlaten en was doodmoe van alles. Ik was zo bang en had ook overdag vaak last van dingen die ik zag of vaak voelde. Bij mensen vooral, en dat boezemde mij nog meer angst in want het waren heftige dingen die ik soms voelde. Voor mij waren mensen dus ook niet te vertrouwen. Mijn opvoeding sloot daarbij aan. Pas op, kijk uit, let op en wees op je hoede. Ik begreep niets van mezelf. Ik sportte me kapot, letterlijk, en moest na diverse blessures en een operatie aan mijn geblesseerde been, stoppen. Jammer want sporten was een uitlaadklep voor mij. Ik had echter zoveel willen afreageren dat mijn lichaam dat niet aan kon. Maar niemand die dat door had. Ik was gewoon ongeschikt voor die sport en daar ging mijn enige uitlaadklep.
Mijn gebeden werden verhoord toen ik een jongeman tegen het lijf liep die voldeed aan alles waar ik voor gebeden had. Goddank! Een maatje voor het leven. Nu voelde ik me minder eenzaam alhoewel ik niet kon praten over wat me keer op keer overkwam. Ik begreep ook toen nog steeds niet wat het precies was dat me overkwam. Ik durfde het niet te geloven. Het lag vast aan mij, ik had gewoon rare dromen of misschien deed ik wel niet goed genoeg mijn best als ik aan het bidden was of was ik te ongelovig. Er deugde duidelijk iets niet aan mij. Dus vond ik het onvoorstelbaar dat mijn vriend een paar jaar later zo graag met me wilde trouwen.
Terwijl ik overspannen raakte van, zo leek het weer, werk. Of oververmoeid van een drukke week, Overstuur van een man die in onze kerk, een lezing gaf over het occultisme, waardoor het ’s nachts spookte op mijn kamer en van alles bewoog. Het hield niet op.
Maar liefde overwint alles en we trouwden. In ons huis was het natuurlijk niet rustig. Ik kon mijn angst nu niet meer verbergen en gaf geregeld aan dat ik bang was omdat ik geluiden hoorde of voelde dat er ‘iemand’ was. Mijn man ging dan op zoek naar de inbreker, die er natuurlijk niet was en daarna stelde hij me gerust en lag ik bij hem tot ik in slaap viel. Hij zag en voelde niets, dus er was niets...
Zo zijn er jaren overheen gegaan. Ik kreeg wel meer slaap door me veiliger bij mijn man te voelen en kon het leven daardoor beter aan. Maar de angst was aanwezig en we waren niet alleen in ons huis. We kregen na een paar jaar twee gezonde kinderen. Ook al was ik daar ontzettend dankbaar voor, nu was er de onzekerheid bijgekomen dat mijn kinderen ook ‘last’ zouden krijgen. Dat was mijn grootste angst. Vooral bij ons jongste kind was dat gevoel heel sterk.
Het enige dat ik kon doen was voor ze bidden, ze laten dopen, met ze naar de kerk gaan, zo veel mogelijk geloof over proberen te brengen in de hoop dat zij daar ook door gesterkt zouden worden.
Want dat voelde ontzettend goed om te doen.
Met mij ging het slechter toen ook de jongste naar de basisschool ging. Ik was weer alleen.
Ik wist dat weer gaan werken niets zou oplossen en was in de gelegenheid om voor rust te kiezen en proberen tot mezelf te komen. Wat ik ook deed, de nachten werden steeds onrustiger en ik werd steeds angstiger. Ik leerde te mediteren waardoor ik niet steeds ‘in mijn hoofd’ bleef zitten door gepieker en spanning. Dat deed me wel goed maar ‘ze’ waren er vooral ’s nachts gewoon weer.
Er deden zich situaties voor die de angst groter maakten. Ik zag duivelse ogen in mensen die met gevaarlijke spirituele dingen bezig waren en daar over vertelden alsof het ‘goed’ en zoete koek was. Ik werd dan ook ter plekke erg misselijk en kreeg het benauwd maar begreep niet waar dat van kwam.
Onze hond werd bijna dodelijk voor mijn ogen aangevallen door een grote hond, met ook ‘zulke’ ogen.
Een vrouw (met dezelfde uidrukking in de ogen) op sport zoog mijn energie op en ik kon er niets tegen beginnen. Mijn adem stokte en alles begon te tintelen en weigerde dienst. Ik ben net op tijd weg gegaan.
En als ik op zolder probeerde te ontspannen onder de zonnebank werd ik zo belaagd door een zwarte gedaante en een stem in mijn hoofd dat ik bijna ging geloven dat ik inderdaad het zolderraam maar uit moest springen omdat ik niets waard ben. Dat hele kleine stemmetje dat zover weg was, zei: ‘ga bidden’ heeft me gered. De schrik zat er goed in na zulke ervaringen.
Ik werd er gek van en twijfelde of ik me niet moest laten opnemen en platspuiten, zodat er niks ergers zou gebeuren. Het laatste dat ik wilde was medicijnen innemen want ik was niet gek en had gezien aan een vriendin wat kalmerende middelen met je kunnen doen! Dat nooit, dacht ik.
Ik kon niets bewijzen, met niemand praten. Want bij wie kun je terecht? Ook in de kerk hoor je hier niets over en krijg je niet het gevoel dat je daar terecht kunt. Ik kende ook niemand die met dezelfde angsten rondliep of uit zichzelf over zoiets begon. Wat voelde ik me eenzaam, tussen al die mensen. Niemand die wist hoe ik me voelde. Niemand die mij begreep.
Maar ik moest iets doen, zo kon het niet langer doorgaan. Ik kon toch niet riskeren dat mijn man en kinderen mij zouden vinden na zo’n sprong, nee, dat moest ik hoe dan ook voorkomen. Daarvoor hield ik te veel van ze. Ik kreeg inmiddels haptotherapie en hoopte dat het ‘van binnen huilen’ zou stoppen en ik beter zou gaan leren voelen en met al mijn gevoel (en dat van anderen) zou kunnen leren omgaan. Al snel bleek dat ik hoogsensitief ben en na er over te lezen verklaarde het veel. Maar lang niet alles. In een boek over hoogsensitiviteit als kracht, las ik dat het ook positief kan zijn. Al merkte ik daar nog weinig van. Ik vond het allemaal maar eng, al dat voelen. Ik voelde me alles behalve positief.
Ik nam een goede vriendin, die theologie studeerde, in vertrouwen over wat me ’s nachts overkwam en waar ik ook overdag zo voor op mijn hoede was. Zij voelde goed en veilig aan.
Ze wilde me wel helpen, in elk geval proberen te helpen want de nood was hoog omdat ik steeds vaker hoorde van binnen dat ik maar moest stoppen met leven. Mijn energie was op.
Ik heb alles er uit gegooid en heb veel gehuild en gepraat, eindelijk openheid. Zij liet me een artikel lezen over iemand die psychische, pastorale en spirituele hulpverlening kon geven. Het was een mooi stuk en raakte doodeng mijn ervaringen en mij. Ze bracht mij in contact met iemand die reiki gaf en ook gelovig is. En stelde voor om te vragen of zij ook iets voor mij kon doen. Ik ben verschillende keren bij haar geweest maar toen er tekenen op mij werden geschreven die ik niet allemaal mocht weten, ben ik daarmee gestopt. Dat voelde niet goed.
Per toeval ging ik naar een lezing waar een viertal schrijvers hun boek zouden presenteren, er een lezing over gaven. Het was een eind hier vandaan maar toen ik de namen hoorde herkende ik er één van, namelijk die van de man die het artikel had geschreven dat me zo had geraakt! Weer die naam. Ik besloot te gaan! Bij het opkomen van de vier mensen op het toneel schrok ik bij het zien van een van de vier mensen. Een lange man met een sympathieke ‘kop’ die iets uitstraalde van; ik ga je wat vertellen! Dat hoorde ik, en ik schrok me dus een hoedje toen bleek dat niemand om mij heen wat had gezegd!
Ik wist niet wie het was maar dat werd me even later wel duidelijk. Dezelfde man. Ik heb een kaartje van hem meegenomen in de pauze. Zo kwam ik deze man steeds tegen. In een tijdschrift, bij een ontmoeting vertelde iemand over een boek van hem en tenslotte kreeg ik op een dag een ‘toevallig’ gesprek met iemand die aanvoelde dat het niet zo goed met mij ging. Na een heel emotioneel gesprek waarin ik voor de tweede keer had kunnen vertellen waar ik mee zat en langzaam aan kapot ging. Iemand die soortgelijke dingen had meegemaakt. Ze zei dat ze van iemand had gehoord en gelezen bij wie ik vast terecht zou kunnen! Ik was al weken geleden gaan lezen op zijn site en steeds bezig om een mail te maken maar durfde niets te verzenden. Ik bewaarde het en herschreef het keer op keer...’Hij heeft vast iets beters te doen’ dacht ik steeds.
Ik zei haar, dat als zij de naam zou noemen die ik dacht dat ze ging noemen, ik mijn mail diezelfde dag nog zou gaan versturen. Dan zou het immers geen toeval meer kunnen zijn. En wat kon het me ook eigenlijk nog schelen? Ik kon niet meer, ik stond met de rug tegen de muur. Ik zat volledig vast in mijn angst. En ja hoor: de naam die zij noemde was Roelof Tichelaar. Hoe is het mogelijk dat dit zo liep. ‘Zou hij dan wel iets voor mij kunnen doen? Gelooft hij me wel? Wat me geruststelde was dat hij ook pastorale hulp geeft en dat vond ik prettig. Niets zonder God…
Mijn mail heb ik verzonden en ik kreeg al snel bericht. Ik ben bij hem geweest, samen met de vrouw die zijn naam had genoemd. Ik wilde niet alleen gaan en mijn man scheen ineens niet te kunnen dus was dit weer toeval? Ons kaartje zat al afgedrukt in de parkeerautomaat toen ik mijn auto parkeerde, en wel voor een bedrag van € 3,50. Het had al meer dan een uur in de automaat gelegen en was meer dan genoeg voor mijn afspraak. Klaar voor wie het zou vinden. Dat voelde wel bijzonder. Ik had het gevoel dat het er voor mij had gelegen. Het was goed en ik zou er voor gaan. Ondanks de wanhoop en onzekerheid. Het was een bijzonder gesprek. Een gesprek waarin ik me had voorgenomen om niet mijn tijd te verdoen met huilen en snikken maar waaruit ik zoveel mogelijk wilde halen. Het was alles of niets, erop of eronder. Geen slachtofferrol maar een laatste gevecht tegen…wat mij betrof het kwaad zelf!, maar dat durfde ik niet uit te spreken. Ik kreeg eindelijk mijn antwoorden. Ja, ik werd lastig gevallen door geesten. Ik was niet gek!
Mijn voeten waren warm en mijn benen tintelden. Roelof legde een stuk vertrouwen en vastberadenheid aan de dag, dat indrukwekkend en voelbaar was. Een rotsvast geloof dat dit te stoppen is en direct stoppen moet. Ik kon door zijn woorden voelen wat de kracht van Christus is en hoe ongelooflijk sterk die is. Ik heb ook liefde gevoeld. Ik kwam thuis bij iemand die met iets goeds bezig is. Namelijk het kwaad bestrijden in naam van Christus! Niks plat laten spuiten maar het gevecht aan gaan, dat is wat ik wilde. Wat een bevrijding. Mijn huis reinigen was wat ik moest gaan doen en waar ik tegelijkertijd ontzettend tegenop zag. De confrontatie aangaan. De angst overwinnen door het zelf te doen.
Thuis gekomen ben ik meteen het gekochte boek ‘De kracht van Christus in ons’[1] gaan lezen. Dat ging moeilijk vanwege de flitsen, schimmen, koude wind, geluiden enz. Met name de flitsen, heel dichtbij, maakten me bang, waren onverwacht waardoor ik hartkloppingen kreeg en steeds erg schrok. Maar ik werd ook boos! Dit was waar ik het met Roelof over had gehad. Ik moest nú wat doen en niet voorin het boek beginnen, maar achterin. Want daar staat hoe je de geesten weg kan sturen. Dus ben ik achterin begonnen en heb de daad bij het woord gevoegd. En het werkte! Ik sprak het bevel uit en stond op de plek waar ik voelde of zag dat ze waren. Even deed ik het in mijn hoofd, niet hardop, maar dat werkte niet. Dan maar hardop uitspreken, en ja, dat werkte! Weg waren ze, een voor een. Wat een kracht. Het boek heb ik in korte tijd drie keer gelezen omdat het voor mij veel informatie was die veel emotie met zich mee bracht en zo dichtbij komt. Maar dit boek, de kracht in en van de tekst, heeft me diep geraakt. Me gesterkt en me verder geholpen. Christus hielp me werkelijk!
Onze jongste zoon van vijf jaar oud was al geruime tijd aan het dromen. Althans, zo leek het.
De deur moest ineens op een minuscuul klein kiertje anders konden ‘ze’ binnenkomen.
Mijn man zei dat we geen muizen in huis hebben en dat er verder niemand in huis kon komen. Maar onze zoon vertelde van wel, en dat ‘ze’ op zolder zijn. Op de vraag wie?, kon hij niet antwoorden, maar het waren geen muizen. Net als ik er destijds vroeg hij zich af wie zij waren. Hoe noem je ze? Zo kon onze zoon het ook niet benoemen. Mede ook omdat het je zo angstig maakt dat je het haast niet durft uit te spreken.
Soms kwam hij rennend zijn kamer uit en vloog bij ons op bed, alsof er iemand achter hem aan zat. Hij had dan de deur dicht gesmeten in de hoop dat hij ‘ze’ buitensloot. Ik had zo met hem te doen en was blij dat hij wel iemand had die hem geloofde. Al had zijn vader nog zoiets van; ik zie niks.
De eerste zaterdag na mijn bezoek aan Roelof schrok ik midden in de nacht weer wakker. Ik had het gevoel dat er iets met onze jongste zoon was. Ik hoorde hem woelen en paniekerig praten en al gauw riep hij mij overstuur. Hij vroeg wat die man daar op de gang deed, die boze, zwarte man. ‘Waarom heeft hij een capuchon op en kan ik zijn gezicht niet zien? Ik ben er bang voor, wat doet hij in ons huis?’ Mijn hart sloeg een paar slagen over. Zag hij dan waar ik al zo lang last van had? Dus had ik het al die tijd goed gevoeld. Hij kreeg ook ‘bezoek’! Mijn zoontje vertelde ik dat het een geest was die hij zag en inderdaad, hij was niet aardig. Maar die geesten kunnen ons niks doen, ze zijn absoluut niet sterk. Ze maken je alleen maar bang. Toen ik om me heen keek in het donker, voelde ik koude wind en ik voelde dat wij niet alleen waren. Er kwam een oerkracht in me naar boven.
Ze komen niet aan mijn kind! Mijn man luisterde vanaf onze kamer rustig mee en vond het goed dat ik dit gevecht alleen zou aangaan. Ik kon hem altijd roepen als dat nodig was. Ik heb mijn zoontje uitgelegd wat ik er aan kon doen en dat leek hem uitstekend. Hij had alle vertrouwen in mij waar ik dacht: ‘O God, help me!’ Maar ik moest het zelf doen. Zoals Roelof had voorgedaan en zoals in zijn boek goed beschreven staat.
Ik probeerde weer zachtjes in mijn hoofd ‘in Christus naam ga weg’ te zeggen. Dat zou vast…hopelijk…wel genoeg zijn. Maar nee, het flitste alleen maar meer en werd onrustiger. Toen mijn zoon riep vanuit zijn bed: ‘Wat doe je mam?’, dacht ik: ‘Jja, wat doe ik eigenlijk?’ Ik zei mijn zoon dat ik de geesten ging wegsturen, dat ik dat van een meneer had geleerd. Mijn zoon had er alle vertrouwen in. Ik heb zijn vragen beantwoord en ben er naartoe gegaan. Toen ik er ‘in’ ging staan, ging er stroom door mijn benen heen. Even was ik bang dat ze in me kwamen maar nee, dit was goed. Ik voelde me ineens heel erg sterk. Het bevel ‘in Christus’ naam, ga weg!’ heb ik steeds krachtig uitgesproken en zo stuurde ik alles weg wat niet bij ons hoorde. Alle flitsen ben ik bij langs gegaan, alle koude plekken en waar ik het gevoel had: hier is iets wat hier niet hoort te zijn. Want wat kun je dat duidelijk voelen!
Mijn zoon en ik hebben nog wat nagepraat en een wandelingetje door het huis gemaakt. Ze waren weg! Eindelijk konden we rustig slapen. Wat was ik dankbaar en blij dat het gelukt was. Dat ik de kracht van Christus mocht gebruiken en voelen dat deze binnen handbereik is, ook voor mij…
Twee weken later had ik mijn tweede gesprek met Roelof gepland staan.
Fijn dat ik kon vertellen wat er was gebeurd in de tussentijd. Alle openstaande vragen heb ik kunnen stellen. Over de reiki die niet goed voelde, over de stroom door mijn benen (Roelof legde mij uit dat dit juist een goed teken was omdat ik goed met de aarde verbonden was), over dat wat ik had gevoeld en over onze zoon. Aan het eind van het gesprek heeft Roelof met en voor mij gebeden. Er stroomde warmte door mijn lijf en ik voelde liefde en rotsvast geloof. Ik kan het niet anders beschrijven, het voelde gewoon heel goed.
Nu was het aan mij om mijn huis te reinigen. Door wat er met mij en mijn jongste zoon was gebeurd had ik daar nog niets mee gedaan. Het heeft drie maanden geduurd. Toen was de maat vol.
De nachten werden steeds onrustiger en de trukendoos ging open. Op een nacht zag ik een monsterlijke kop waarvan de muil 2 centimeter bij mijn gezicht vandaan open ging en er kwam een oorverdovende brul uit. Ik lag in bed en schrok me wezenloos. Ik had al wel steeds gevoeld dat er wat was maar was moe en wilde graag slapen. Na die brul heb ik naar mijn man gekeken, hij sliep als een roos, hoe kon het dat hij niets had gehoord? Ik heb het weer in de naam van Christus weggestuurd en ben gaan slapen. Dit soort dingen maakten het nodig om mijn huis te reinigen want het maakt je toch onrustig en je staat op scherp.
Alle keren als ik een vrije ochtend had gepland om het reinigingsritueel uit te voeren kwam er iets tussen. Na een tijdje begon me dat op te vallen, ik werd er ook boos van. De bel, onverwacht bezoek, telefoon aan een stuk door, echt niet te geloven gewoon. Naar aanleiding van de tip van Roelof om eens een mannensport te gaan beoefenen ben ik op ‘kickfun’ gegaan en ik merkte inderdaad dat er iets los kwam en ik er energie van kreeg. Die boosheid begon ik steeds meer te voelen op momenten dat er knopen doorgehakt moesten worden. Dit was er eentje! Dus ging de volgende dag de stekker eruit, de bel eraf en heb ik afspraken afgezegd en de gordijnen dichtgetrokken. Ik had iets belangrijks te doen.
Voordat ik begon aan het ritueel heb ik de bijbel gewoon maar ergens open geslagen, zo maar een ingeving. Psalm 138, een lied van David. Ik voelde stroom door mijn lichaam gaan en voelde me zo ontzettend gesterkt. Ik stond er niet alleen voor! Ik voelde kracht en liefde. Ik was nu vol vertrouwen, dit was wat ik nog nodig had. In elk vertrek van het huis stak ik wierook stokjes aan (zuiveringshout).
Daarna heb ik een schaal met water gepakt. Toen ik mijn handen boven de schaal hield en de tekst uit het boek hardop las, werden mijn handen warm en tintelden. Vol dankbaarheid en vertrouwen ben ik op zolder begonnen, zoals mij was gezegd, meteen de moeilijkste ruimte. Daar brak het zweet me ineens uit, het stroomde in straaltjes langs mijn rug. Ik werd er even door afgeleid maar wist ook meteen: op deze kamer moet ik beginnen, het is nu afgelopen! Het gebed heb ik uitgesproken. Op alle muren heb ik meerdere kruisen gezet met het weiwater uit de schaal.
Toen de hal en de andere zolderkamer. Ik was onrustig toen ik de trap af wilde lopen om een verdieping lager verder te gaan. Het voelde nog niet goed. Ik had sterk het gevoel dat ik die eerste zolderkamer nog eens moest doen, maar nu het gebed nóg krachtiger moest uitspreken, echt vanuit mijn hart. Deze keer... zonder angst. Ik voelde de spanning. Maar heb het gedaan, het als een krachtig bevel uitgesproken. Toen pas voelde het goed, wat niet goed voelde was weg. Nu was ik gerust. Mijn benen tintelden.
Daarna heb ik zo het hele huis gereinigd. In elke ruimte hetzelfde gedaan, geen ruimte overgeslagen, zelfs de garage heb ik meegenomen. Geen geest, dolende ziel, boze macht, of welke vorm van duisternis dan ook meer in ons huis! Ik was moe na die tijd maar ontzettend blij dat ik het eindelijk gedaan had. Je voelt dan ook gewoon heel duidelijk het verschil in huis. Geen onrust meer. Geen dreigend gevoel, geen flitsen of schimmen, er beweegt niets onverwacht, geen hartkloppingen of angstgevoel. Niets, gewoon vrede. Ik kan er nu nog emotioneel van worden.
Dat het na zo veel jaren duidelijk is geworden. Eindelijk geen ontkenning meer. Wat ik voelde klopte. En het kan echt weer goed komen. Had ik bijna opgegeven omdat er niemand was die me wilde en kon helpen. Althans, zo leek het.
Sinds het huis is gereinigd is er geen geest meer bij ons zoontje geweest. Zelf ben ik niet één keer meer bang geweest, voor niets en niemand.
Onze zoon is onlangs samen met mijn man en ik bij Roelof geweest omdat hij veel vragen had en ik hem niet kon geruststellen. De heenreis was bijzonder omdat hij precies leek te weten wat hij wilde vragen. Vol verbazing heb ik de vragen opgeschreven. Op alles heeft hij bevredigende antwoorden gekregen en hij voelt zich nu echt een knecht van God. Want hij helpt ook mee om de boze geesten weg te sturen, samen met Christus en de engelen. Door de kracht van Christus, die in ons zit, te gebruiken.
De kickfun vond ik een erg goede tip. Je mannelijke kant ook goed ontwikkelen, als vrouw, is best belangrijk om het heilige midden te vinden. Daardoor meer in evenwicht zijn en beter je grenzen te kunnen stellen. Ik had nooit gedacht dat dat zo veel verschil zou uitmaken. Het geeft mij extra kracht en vechtlust om daar waar angst een toegangspoort is, zoals dat bij mij het geval was, te vertellen van mijn ervaring en dat er wel degelijk een uitgang is vol licht en liefde!
Mijn leven ziet er nu totaal anders uit. Vol vertrouwen en vol dankbaarheid. Zonder angst.
Want met Christus in je hart kan je niets gebeuren!
Welke lering kunnen wij hieruit trekken?
Doordat het probleem van mijn cliënte tijdens haar kinderjaren niet werd (h)erkend, vergrootte haar angst.
De bevestiging die deze vrouw bij mij vond, was voor haar de impuls om de strijd met het kwaad aan te gaan en er niet langer voor weg te lopen.
Ook kinderen mogen al vertrouwd met deze materie raken, mits zij zelf duidelijk het signaal afgeven dat zij daar ook werkelijk rijp voor zijn en er een duidelijke reden voor is.
Tot slot herhaal ik de woorden waarmee mijn cliënte haar verhaal afsluit: ‘Want met Christus in je hart kan je niets gebeuren!’
- ↑ ‘De kracht van Christus in ons – bescherming tegen ongewenste invloeden’, ISBN 90-202-8334-0, uitgegeven door Ankh Hermes, Deventer.

