Uit SpiritueelChristen
De persoon die we kennen als Jezus Christus is meer dan alleen de mens Jezus zoals hij in de Bijbel voorkwam. De verlossing die Hij gebracht heeft, is pas goed te begrijpen als ook het hele plaatje compleet is. Wie was Hij voordat Hij op aarde kwam? Waar heeft Hij ons van verlost? Hoe kan Zijn sterven, twee duizend jaar geleden, voor ons belangrijk zijn? Om dit te zien is het belangrijk om ons bestaan en ook dat van Hem te kennen en te begrijpen. Zijn wezen, en de schepping van Christus door God, laten zien wie de mens Jezus was. Maar vooral wie Hij nu voor ons is.
Inhoud |
De schepping van Christus
Ooit bestond alleen God. Hij wilde Zijn liefde uiten en aan een ander geven, en daarom schiep Hij uit liefde het eerste geestelijke wezen: zijn Zoon. Hij gaf Hem een geestelijk lichaam en ontstak de vonk van de geest daarin en gaf Hem dus een bewustzijn. Hij wilde iemand bij zich die Hem ook lief kon hebben. Liefhebben doe je in vrijheid en dus gaf God zijn Zoon een eigen vrije geest om daar mee te zijn, te doen en te willen wat de Zoon wilde. We kennen de Zoon van God ook wel als Christus, de gezalfde. Hij is de eerst geschapen geest en gezalfd met de Geest van God. God wilde een relatie in vrijheid waarbij Hij zijn geschapen Zoon lief had en Christus Hem ook lief kon hebben. God gaf Hem alle kracht, macht en liefde die Christus als geschapen geest kon ontvangen[1]. Daardoor is Christus in aanblik en macht aan God gelijk[2], met het verschil dat alle kracht die Christus heeft om te geven, uit God ontspringt. Christus heeft een zeer hechte liefdesband[3] met God.
De geestelijke wereld
Deze relatie gaf God zeer veel vreugde. De vreugde zou nog groter worden als deze met nog meer gedeeld zou kunnen worden. Samen schiepen Ze een enorm aantal geestelijke wezens. Al deze geestelijke wezens zijn daarmee de kinderen van God. En ook zij hebben een volledige vrije wil gekregen, want alleen in vrijheid is het geven en ontvangen van liefde mogelijk. Christus schiep de geestelijke lichamen[4] waarin God de geest met het bewustzijn ontstak. Omdat al deze wezens, net zoals Christus, geschapen geesten zijn is een verbinding met God noodzakelijk om te leven. Zonder God is er geen leven. Maar de verbinding die God met zijn Zoon heeft, is uniek en kan niet zomaar aan anderen gegeven worden. Om die reden gaat de verbinding van de overige geestelijke wereld met God via Christus. Buiten Christus is er voor ons geen leven[5].
Om de Geest, de elektrische stroom, in ons te laten stromen is voor ons de gerichtheid op Christus dus noodzakelijk. En voor Christus is het noodzakelijk om de elektrische stroom door zijn lamp te laten stromen om ons van het Licht te voorzien. Deze relatie wordt wel verteld in de vorm van Christus als de bruidegom en de overige geschapen geestelijke wezens als de bruiden. In dit beeld vertegenwoordigt Christus zich als het mannelijke (de bruidegom) die zijn Licht in ons, de bruiden, doet schijnen. Christus, de bruidegom, is vanwege dit mannelijke beeld daarom ook de Zoon. God doorstroomt Christus ook weer en daardoor verhoudt God zich tot Christus ook in een symbolisch mannelijke vorm. Vandaar het beeld van de Vader en de Zoon.
De val
Ook wij mensen zijn de bruiden van Christus, want ook wij zijn geschapen geestelijke wezens. Alleen leven wij in een materiële wereld en staat onze zonnecel, door omstandigheden, niet helemaal goed gericht. Dit heeft echter een voorgeschiedenis.
De tweede geschapen geest, ook wel bekend als Lucifer (de lichtdrager), genoot in de goede geestelijke wereld hoog aanzien. Op een gegeven moment ontstond in hem het verlangen om niet het Licht via Christus te ontvangen maar rechtstreeks vanuit God gevoed te worden. Dit was hoogmoed. Er ontstond een strijd waarmee Lucifer de positie van Christus wilde bemachtigen[6]. Het idee dat zijn lamp dus zonder het Licht uit de lamp van Christus kon branden zorgde ervoor dat hij zich afwendde van het Licht uit Christus. Een grote groep geestelijke wezens had zijn zonnecel naar het licht van Lucifer gericht, om hem te volgen. Maar toen het licht van de lamp van Lucifer doofde doordat zijn zonnecel niet meer gevoed werd met het Licht van Christus, doofden ook de innerlijke lichten van al de volgelingen van Lucifer. Lucifer was niet meer de lichtdrager[7][8].
De verbintenis die deze mede verdonkerde geesten samen met Lucifer waren aangegaan, bleef behouden. Lucifer was de tegenstander (satan) van Christus geworden. De verbintenis, het pact, tussen de verdonkerde geesten is het enige wat hen nog enigszins een bestaan geeft. Het is een bestaan zonder het levende Licht van God, uit Christus, en daarom wordt dit ook wel de geestelijke dood genoemd.
Het reddingsplan
Wij waren daar ook bij, maar via een reddingsplan heeft God het mogelijk gemaakt dat wij uit eigen vrije wil terug kunnen keren[9]. De materiële wereld waarin wij leven is een onderdeel van dit reddingsplan. Wij kunnen terugkeren door ons weer te richten naar het Licht dat God in Christus laat branden. Want een gerichtheid op dit Licht zorgt ook voor het licht in ons.
God was de architect van het reddingsplan en Christus de aannemer die de uitvoering op zich genomen had. Naast de schepping van de materiële wereld als terugweg moest er nog meer gebeuren.
We zijn ooit geschapen om in vrijheid lief te kunnen hebben. Echt liefhebben kan alleen in vrijheid. Maar we waren vrijwillig een onderdeel geworden van het pact van satan. Doordat er in dit pact geen licht en liefde straalt dat het geestelijk leven geeft, zijn de geesten daar niet alleen verdonkerd en liefdeloos, maar ook zeer onbewust. Het greintje bewustzijn dat elke afzonderlijke geest binnen dit pact heeft, is samengesmeed tot een collectief bewustzijn in satan. Door deze verbintenis zijn deze geesten allen in satan gebonden. Hij zal geen enkel lid van zijn pact vrij laten want dit zorgt voor het afbrokkelen van het pact en daarmee het collectieve bewustzijn. Dus een gebonden en onvrij bestaan in een geestelijke levenloze toestand.
Een belangrijk onderdeel van het reddingsplan was om de gebonden geesten de vrijheid te geven waarin ze helemaal zelfstandig konden kiezen waar ze hun zonnecel op wilden richten. Gebonden in het pact was dit niet mogelijk, en dus werd de materiële wereld geschapen. De geesten uit het pact, die dat wilden, kregen de mogelijkheid om los van het pact de eigen weg te kiezen. Om van onbewuste geesten tot enigszins zelfbewuste geesten (de mens) te komen is een ontwikkeling nodig die we in de natuur o.a. via de evolutionaire stappen kunnen herkennen. De mens is daarmee zo ver ontwikkeld dat hij zelf een keuze kan maken. Het is nu belangrijk om zelf te kiezen voor wat we zelf willen. De invloed van het pact is aanwezig maar belemmert onze keuze vrijheid niet. De invloed van het licht van Christus is ook expres beperkt om de mensen zelf een objectieve keuze met het hart te laten maken. Wat we zelf willen, waar ons eigen hart ligt, dat is belangrijk. God wil ons graag ontvangen maar verplicht ons niets, en geeft ons dus de vrijheid om onze zonnecel te richten tot het licht, de duisternis of alles wat er tussen zit.
De verlossing door Christus
Het pact bleef echter bestaan. Zelfs de mensen die hun zonnecel, hun hart, helemaal op God en Christus gericht hadden, werden door satan niet los gelaten. Satans eigen bestaan ligt gekoppeld aan de medeleden van het pact, en dat wil hij niet kwijt. Naast dat Christus de schepping van de materiële wereld had aangenomen, nam hij ook een andere taak op zich. Het pact moest gebroken worden. Allen die dat wilden, moesten de mogelijkheid krijgen om naar huis te gaan.
Christus legde zijn taak als koning in de geestelijke wereld af. Alle macht en kracht die God Hem gegeven had en die niet in een mens past, liet Hij los[10]. Christus werd volledig de mens Jezus. In deze toestand was Hij natuurlijk zeer kwetsbaar voor de aanvallen van satan. Hij was nu volledig in de invloedsfeer van satan en zijn pact. Maar juist als mens, waarin Hij ook alleen zijn innerlijke verbinding met God had, kon Hij laten zien waar Zijn hart echt lag. En in deze verbinding ligt de kracht van de mens om het pact te kunnen weerstaan. Hij weerstond alle aanvallen, en viel niet[11].
Nadat Hij aan het kruis gestorven was, ging zijn geest over naar de geestelijke wereld. Daar aanvaardde Hij de macht en de kracht die Hij had afgelegd. Hij was daar nog steeds in de invloedsfeer van satan. Samen met een groots leger van engelen trok Hij nu ten strijde tegen het pact. Het doel van deze strijd was om satan te verplichten de geesten los te laten die uit eigen vrije wil terug tot God wilden keren. De gevangenis werd opengebroken.
De toestand waarin we momenteel leven is dus eigenlijk een gevangenis waarvan de deur openstaat. Aanvaarden wij nu dat we vrij zijn, dan hoeven we alleen door deur te gaan om ook werkelijk vrij te zijn. Dit is puur een bewustzijnsverandering die we kunnen meemaken. Christus heeft ons bevrijd en het is nu aan ons om dus voor onze vrijheid te kiezen.
Christus in ons
Als we in ons leven er voor kiezen om ons door de liefde in ons te laten leiden[12], als we dus ons doen en laten baseren op de liefde[13] zoals we die zelf kennen, dan laten we ons leiden door God, en richten we ons tot Hem. God is de bron van alle liefde en het kleine sprankje dat we van Hem in ons aanvaard hebben, is onze liefde die we gebruiken. Dit is het kleine beetje licht dat in elk van ons is. Onze liefde staat dan ook in contact met Hem. Omdat God zich in zijn schepping manifesteert door Christus heen, wordt dit innerlijke contact ook wel de innerlijke Christus genoemd. Maar zoveel mensen, culturen en religies, zoveel andere woorden die hier aan gegeven wordt.
Verhoogd bewustzijn
Doordat de bron waaruit wij ons (kleine beetje) liefde putten, via Christus in verbinding staat met God, wordt dit ook wel de Godsvonk genoemd. Een hechtere band met Christus zorgt dus ook voor een hechtere band met God. En door een grotere acceptatie van de Liefde, licht deze Godsvonk meer op. Vanuit deze beeldspraak wordt ook duidelijk dat een sterker oplichtende Godsvonk in ons ook het zicht, het bewustzijn, vergroot. Het hogere bewustzijn door de verbintenis met Christus wordt dan ook wel het Christusbewustzijn genoemd. Zijn bewustzijn laat zijn sporen in ons na en verhoogt daarmee ook ons bewustzijn. De verbinding met Zijn Licht vergroot ons licht en ons zicht.
Het verhoogde bewustzijn dat ontstaat als een soort bijverschijnsel van de acceptatie van de Liefde als onze weg, zorgt dus voor een sterker besef van wie we zijn en waarom we leven. Het besef en het bewustzijn richten zich steeds beter tot Christus en de Liefde, waardoor de band met Hem versterkt en het bewustzijn verhoogd wordt.
Het geloof
Het geloof met zijn twijfels groeit langzaam meer tot een innerlijk weten. Dit is een persoonlijk innerlijk proces en kan niet op een overtuigende manier aan anderen bewezen worden. Ieder beleeft dit persoonlijk. In onze maatschappij wordt dit niet goed geaccepteerd. “Als je het niet kan bewijzen, bestaat het niet” is vaak het uitgangspunt. Als we het niet kunnen communiceren, bestaat het niet. Het blijft een vertrouwen op Christus, en daarmee een geloof in Hem. Hij praat tot iedereen persoonlijk die zich wil openen. Daar is de communicatie en het bewijs tussen mensen helemaal niet bij nodig.
Dit alles gebeurt in ons. De relatie die we met Christus hebben is een innerlijke relatie, die ook echt via onze binnenste gaat. We vragen vaak om een teken of een bewijs. Dit zijn zaken die we buiten ons verwachten en die ons zullen moeten overtuigen van de waarheid. Maar ook de door onze zintuigen waargenomen en beredeneerde tekenen en bewijzen, overtuigen ons pas als we ze in ons hart geaccepteerd hebben. Dus waarom een dergelijke omweg en niet gelijk het contact met Christus via ons hart laten lopen? En dat doet Hij ook. Hij neemt contact met ons op via ons binnenste, via onze kern, onze geest. Het contact dat we in onze geest hebben, gaat via onze liefde die de verbinding vormt. Door te accepteren dat de liefde in ons leven onze basis is, baseren we ons dus ook op Christus en daarmee op God. Hij is onze rots die een zeer stevige basis is om op te bouwen.
De verlossing voor ons nu
De vrijheid aanvaarden
Dus vanuit een acceptatie van de liefde als onze basis voor al ons handelen, groeit er iets in ons. Het besef dat er een leven na dit leven is, is daar één van. Als mensen dit besef hebben, heeft hun bewustzijn een grote sprong gemaakt. Iemand die er echter van overtuigd is dat er geen leven na het aardse bestaan is, creëert deze werkelijkheid in zijn eigen hoofd en geest. Later als hij sterft, houdt hij vast aan zijn eigen werkelijkheid en heeft daarmee voor een onbewust bestaan gekozen. Het leven is bij wijze van spreken afgewezen. We identificeren ons dan met alleen ons materiële lichaam, maar we zijn meer. Het aanvaarden van een leven na dit leven, creëert een eigen werkelijkheid die gebaseerd is op voortbestaan. We accepteren dan het leven, en daarmee een geestelijk bestaan. We identificeren ons dan met onze geest. Maar alleen het aanvaarden van een voortbestaan na ons sterven, zal ons nog niet uit de gevangenis laten gaan. Als we ons voortbestaan zien als een reïncarnatie op aarde dan aanvaarden we ons verblijf in de gevangenis. Omdat we zelf een invulling geven aan het bestaan na dit leven lopen we als het waren op de feiten vooruit, en accepteren we het volgende aardse leven. Het is echter noodzakelijk om te aanvaarden dat we vrij zijn. Vrij van de schuld die we hadden aan onze eigen deelname aan het pact. Vrij van gebondenheid aan alles wat ons onvrij maakt. Vrij van de voorwaarden die we stellen om Gods liefde te mogen ontvangen. Vrij van de angsten die ons beperken, schuldig en zondig voelen. Vrij van onze fouten. Vrij van onze eigen beperkingen. Vrij van het bestrijden van onszelf omdat we denken dat we niet goed genoeg doen of zijn. Vrij van onze dagelijks menselijk struikelen. Vrij van al onze eigen menselijke zwakheden, want ze zijn niet bepalend voor de liefde die God ons geeft.
We leven in een niet perfecte wereld. Ook wij zijn absoluut niet perfect, en hoeven dat ook niet te zijn. Het accepteren van de liefde als onze basis zorgt dat we ons anders opstellen en daarmee hoe we zijn. We blijven mensen met beperkingen. Als we accepteren dat we beperkingen hebben en niet perfect kunnen zijn, dan accepteren we dus ook onze onmacht om zelf tot Hem te komen. Vanuit deze acceptatie van onze eigen zwakte aanvaarden we de verlossing door Christus. We kunnen niet zelf, eigenmachtig, onze imperfecties verlichten om daarmee de verlossing te verdienen. Door deze zwaktes er gewoon te laten zijn, aanvaarden we ze als een onderdeel van ons dat we niet hoeven te bestrijden. En dat zal ons er vrij van maken. We hebben de bevrijding door Hem nodig en in onze onmacht kunnen we niet anders dan Hem vertrouwen. Dit is ook de essentie van de verlossing van onze zonden door Christus. We identificeren ons dan met onze, door Christus bevrijde, geest.
Het offercadeau
Doordat Christus voor ons aan het kruis is gestorven, heeft Hij de strijd met satan aan kunnen gaan. Door Zijn overwinning zijn wij bevrijd. De zonden worden ons niet aangerekend omdat we nu ervan bevrijd zijn. Dit is de reden dat zijn offer aan het kruis ook voor ons nu zo belangrijks blijft. Dit is ook de reden dat Zijn verlossing ook geldt voor ons struikelen en onze zonden die we als mens nu nog dagelijks begaan. De vergeving die Hij met deze onvoorwaardelijke bevrijding gegeven heeft, mogen wij aannemen als we dit ook willen. De weg uit de gevangenis is lastig en op eigen kracht niet te gaan. Als we deze weg naar huis willen gaan, krijgen we hulp daarbij. Het gaat hierbij vooral om onze wil en onze intentie, want we zijn voor het grote deel machteloos om de weg werkelijk te gaan. De liefde in ons hart is ons kompas dat aangeeft waarheen de weg leidt. Maar daar komen is menselijk gezien onmogelijk. Want wat kan de mens nu werkelijk zelf doen om in de hemel te komen? Zich aan zijn haren optillen? Zich gedragen alsof hij liefdevol is? Geen mens kan uit eigen kracht dichter tot God komen. En we kunnen niets doen om deze positie te verdienen. Nee, het is nog veel mooier. We krijgen dit cadeau van liefde en vrijheid als we hem willen ontvangen. Staat ons hart dus in de ontvangststand dan mogen we door de deur tot Christus komen, en zal Hij ons verwelkomen.
Vergeving
Het openen van ons hart voor de ontvangst van Zijn liefde is voor een mens een bewustzijnsontwikkeling. De verbinding met God en Christus groeit dan ook. Door te handelen uit liefde, richten we ons meer tot de liefde, tot het licht van Christus. Onze zonnecel keert van de schaduw langzaam naar het licht. En als we na ons sterven onze materiële beperkingen kwijt raken, wordt de laag stof van de zonnecel afgeveegd. Dan bepaalt onze gerichtheid of we het licht van Christus aanvaard hebben. Dan zal het licht en de liefde van God in ons lichten, en mag Christus in ons volledig tot leven komen.
Tot die tijd hebben we te maken met het stof, onze zwakheden, beperkingen, twijfels en angsten. Maar met de kennis dat al deze zaken ons in de gevangenis niet meer kunnen vast houden, zijn we vrij. Dat al deze zaken er niet meer toe doen, leert ons dat onze val vergeven is. We mogen terug naar huis als we dat willen. En dit alles door de bevrijding die Christus mogelijk gemaakt heeft. De verlossing uit de gevangenis maakt dat onze zonden dus vergeven zijn. We mogen onvoorwaardelijk terug komen. De essentie van de vergeving is dat niets meer tussen ons en God in kan staan. Alles wat we in ons leven verzinnen waardoor we denken niet te voldoen aan de liefde van God, zijn verzinsels en onze eigen voorwaarden. De verlossing door Christus is pas onze verlossing als we zelf ook onze gevangenis los laten[14].
Een hechte relatie
Het beeld dat Christus een stralend licht van liefde is, is een abstract beeld dat veel gebruikt wordt. Het licht dat onze zonnecel verlicht is een niet volledig beeld. Het beeld lijkt op een eenrichtingsweg. Christus, en God zijn vader, willen echter een persoonlijke relatie met ons. God vindt het zeer fijn als wij aandacht voor Hem hebben, door met Hem in gebed te gaan en er voor Hem te zijn. Zonder dat wij, al strevend, zo nodig geestelijk moeten groeien. Zonder dat onze Godsvonk zo nodig meer moet oplichten, of dat we nog bewuster moeten leven, vraagt Hij gewoon onze aandacht. Omdat Hij het fijn vindt dat wij het fijn vinden om bij Hem te willen zijn. Niet omdat wij er voordeel uit willen halen of iets kunnen verdienen, maar omdat wij, net als Hij, de liefde hoog in het vaandel hebben staan. Een relatie die steeds hechter wordt, als we dat zelf willen. Doordat we graag, en uit liefde, bij Hem willen zijn, ontspringt het Christusbewustzijn in ons en hebben we innerlijk contact, door Christus onze koning, met God onze vader. Dit contact is dus ontspannen en zonder streven omdat het uit onze eigen liefde komt. Een relatie waarin open en ontspannen met elkaar omgegaan kan worden.
Een gewone ongewone relatie
Alleen is de relatie met Christus toch iets anders dan die tussen mensen onderling. Bij het aanwezig zijn van een relatie gaan we er gemakkelijk vanuit dat we een relatie hebben met zeer regelmatig wederzijds contact. Als we bidden is er een opening vanaf onze kant. De ervaring is nu echter dat het van de andere kant, de kant van God en Christus, toch vaak erg stil blijft. Daar komt nog bij dat wij vaak een ontzagwekkend beeld van God hebben, zodat wij Hem erg ver van onszelf plaatsen. Zelfs Christus, die ooit mens is geweest, voelt vaak niet echt dichtbij. Ik had eens een droom:
De deur staat voor Christus. De deur bestaat uit twee delen. Dit is het aardse beeld en het verblindende hemelse beeld van Christus. Het licht is zo overweldigend dat de persoon, het persoonlijke van Christus, niet te zien is. Dus door een eigen beeld van de werkelijkheid zie ik Christus niet meer. Hij stapt echter uit dit beeld en is zonder verblindingen te zien. De grijze kleding (kleur van het gewone) toont dat Hij dus dicht bij staat. Hij is er gewoon. Niet hoog verheven en verbindend licht, maar dichtbij. In het grijs zijn ook onze donkere en lichte kanten vermengd, en Hij accepteert dit dus als Zijn kleding. Hij accepteert ons zoals we zijn. Wij mogen ons zelf dus ook gewoon accepteren. Wij zijn goed genoeg door gewoon te zijn en ook hem te accepteren. Een relatie met iemand die gewoon naast ons is en niet overweldigend is.
Een innerlijke relatie
In onze dagelijkse relaties met anderen gaan we uit van het zintuiglijk contact. We zien, horen, voelen en ruiken de ander. We reageren op de ander en die reageert op ons. De relatie met Christus gaat niet via onze zintuigen. Als Christus wel via onze zintuigen contact met ons zou leggen, zou Hij zich eerst in de materiële wereld moeten manifesteren zodat we Hem daar kunnen waarnemen. Hij maakt echter contact met onze binnenwereld, en wel als wij dat ook willen[15]. Hij klopt op onze deur en als wij open doen zal Hij binnen komen. Dit contact is er vooral op gericht om onze gerichtheid op de Liefde te verbeteren. Dit is dus een eigen innerlijke gerichtheid die daardoor kan veranderen. Omdat het een eigen instelling is, ervaren we dit ook als iets eigens en daardoor niet zozeer alsof het van buiten ons komt. Maar dit verwachten we wel bij een relatie. Christus maakt contact met ons hart, en dat kan voor ons, zintuiglijke mensen, een vreemde ervaring zijn.
Voorzichtig bewust contact
In sommige gevallen zullen wij dit contact bewust worden, maar dit zijn niet ervaringen die te voorspellen of op te roepen zijn. Een contact ervaring met Christus is iets bijzonders door het effect dat dit contact heeft. Omdat een dergelijke aanraking een enorme impact kan hebben, is het voor ons niet gezond om dit dagelijks te ervaren. Daarnaast horen wij, in ons leven hier op aarde, vrij te zijn in de keuzes die we zelf willen maken. We moeten een objectieve keuze kunnen maken. Als we onze relatie en ons directe contact met Christus vaak bewust kunnen zijn, zorgt dit voor een vooringenomen houding van ons ten opzichte van Hem. Zijn overweldigende Liefde maakt de keuze voor de liefde wel erg voor de handliggend, maar is het dan nog onze eigen keuze? Is het dan nog wel echt wat wij zelf willen? Wij zijn hier op aarde in een soort geestelijke retraite. In deze toestand zijn we grotendeels op ons zelf aangewezen om te bepalen waar ons hart ligt. Christus beperkt het contact met ons, zodat wij uit eigen vrije wil een keuze voor Hem kunnen maken. Dit zou je ook kunnen omschrijven als een keuze voor de liefde zoals wij die kennen. Christus is heel voorzichtig met ons. Dit is helaas de noodzaak die hoort bij ons leven. Voor mensen die een zeer sterke aanraking van Christus hebben mogen krijgen, is dit nogal een moeilijk te accepteren feit. De aanrakingen die Hij doet zijn er altijd op gericht om een duwtje, en soms een enorme duw, te geven om ons in de juiste richting te laten gaan. We moeten echter zelf gaan. Bij het gaan van onze weg blijven we onder Zijn begeleiding staan en zal Hij regelmatig voorzichtig contact maken. Dit gaat echter ook weer via onze binnenwereld en in de vorm van een subtiele stimulans. Dit kan een droom zijn, of ook gewoon een gedachte. Als wij Zijn hulp willen, krijgen we die voor de volledige 100%, alleen op de manier zoals Hij ziet dat goed voor ons is. De ervaring blijft dat er geen absolute zekerheid gegeven wordt. De stimulans die we krijgen is een voorzichtige om onze eigen keuze vrijheid te waarborgen. Om innerlijk voor onze eigen liefde te kiezen, want dat is de verbinding met Hem. De absolute zekerheid is er dus niet, en de twijfel heerst. Het feit dat Hij volledig te vertrouwen is en ons begeleidt, kan ons de kracht geven om onze menselijke beperkingen zoals twijfel, schuld, angsten, los te laten en met Hem mee te gaan. Hij trekt ons niet voort en dwingt ons niet om een weg te gaan. Wij zijn namelijk vrij.
--René
De bijbelteksten in dit artikel zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
- ↑ De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan hem overgedragen. (Johannes 3:35)
- ↑ Beeld van God, de onzichtbare, is hij, eerstgeborene van heel de schepping (Kolossenzen 1:15)
- ↑ Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad. (Johannes 17:22-23)
- ↑ Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam. (1 Korintiërs 15:44)
- ↑ … in hem is alles geschapen, alles in de hemel en alles op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, vorsten en heersers, machten en krachten, alles is door hem en voor hem geschapen. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in hem. (Kolossenzen 1:16-17)
- ↑ Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. (Openbaring 12:7-8)
- ↑ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen!’ (Lucas 10:18)
- ↑ O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put. (Jesaja 14:12-15)
- ↑ Dat is goed en welgevallig in de ogen van God, onze redder, die wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen. (1 Timoteüs 2:3-4)
- ↑ Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. (Filippenzen 2:6-7)
- ↑ Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. (Hebreeën 4:15)
- ↑ Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn. (Johannes 13:34-35)
- ↑ Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. (Efeziërs 4:15)
- ↑ Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we onze zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we hem tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons. (1 Johannes 1:8-10)
- ↑ Wanneer ze dus tegen jullie zeggen: “Kom mee, hij is in de woestijn,” ga er dan niet heen, of als ze zeggen: “Kijk, hij is daarbinnen,” geloof dat dan niet. Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen. (Matteüs 24:26-27)

